Táin Way

Táin Way

Een prachtige ronde om Carlington Mountain

 

Een plaats uit de legend The Cattle Raid of Cooley, die verhaalt van de strijd tussen Koningin Meabh en  Cú Chulainn, vanwege de Bruine Stier van Cooley. Maar ook gewoon fraai wandelen langs de kust, met uitzicht op de oceaan. Bos en heuvels en een heerlijk zoute wind. Dit is de Táin Way.

Dag 1 Carlingford – The Castle 30 km
Ik had me voorgenomen om het rustig aan te doen. Vandaag 20 km, misschien iets meer en morgen ook. Maar dan loop ik Carlingford uit, een steile klim naar de schapenweides aan de voet van Slieve Foye. Een indrukwekkende berg, zelfs met 589 meter. De Táin Way loopt om de Cooley mountains heen. Blij dat ik er niet op hoef, denk ik nog. En dan zie ik dat er een rondwandeling is die wel omhoog gaat en begint het toch weer te kriebelen. Als ik vandaag nu wat verder doorloop, heb ik morgen nog tijd voor dat pad, waarvan de kaart zegt dat het 3,5 uur is. Waarom zou ik tenslotte al om 14.00 uur terug in Dublin willen zijn?

Dit is wie ik ben, een wandelaar. Maar af en toe word ik wel eens moe van mezelf. Is het dan nooit genoeg? Kan ik niet eens rustig genieten van het moment? Wie redt mij van mezelf?

Ik besluit wel te zien hoever ik kom, eerst genieten van de Tain way. Door de bomen heen heb ik uitzicht op de heuvels aan de overkant van de baai, die in zee verdwijnen. Huisjes langs het water, een vissersboot. Het is stralend weer, maar er staat een eind die de zee eigen is en het binnenland niet bereikt. Na een grindweg kom ik uit bij een picknickplaats, waar ik even stop, ook al heb ik er amper vier km opzitten. Tijd voor de lunch en nu ik brood met kaas bij me heb ipv hartkeks heb ik er weer zin in ook. Daarna verder, een bospad dat overgaat in een smal pad tussen de varens. Ik volg de markering de heuvel af en daar gaat het mis. Pas in het dorp Omeath ruik ik onraad. Volgens de kaart had ik in de heuvels moeten blijven en kom ik helemaal niet langs de Mariagrot die ik een tijdje geleden ben gepasseerd. Ik loop terug, maar het pad komt toch echt naar beneden, naar de weg. De kaart klopt dus niet meer. Met een hulpvaardige dame kijk ik waar ik de route het best weer kan oppikken. Ranch house is misschien ooit een pub geweest, maar is inmiddels alleen bij de plaatselijke bewoners nog onder die naam bekend. Voor mij is het gewoon een geel huis waar ik linksaf moet. Pal er tegenover wijst een handwijzer rechtdoor richting Omeath. Die klopt dus ook niet. Ik mopper een beetje, eerder uit vermoeidheid dan dat het nu echt zo slecht is gesteld met er markeringen. Even voorbij het Ranch House zie ik weer een geel mannetje en ik pik de route weer op. Om hem even later weer kwijt te raken. Als de weg bij een school begint te dalen, weet ik dat het mis is. Met behulp van weer een ander die hier bekend is volg ik een straat om weer terug op de route te komen.

Blijkbaar heb ik een lusje gemaakt, want waar de route van links komt, kom ik van rechts. Maar er zijn weer markeringen en ik volg ze rechtsaf de heuvel op. Hier geen bomen meer om een verkoelende schaduw te laten vallen, alleen gras, schapen en veldleeuwerikken. Hoe hoger ik kom, hoe mooier het uitzicht. De Slieve Foye tegen de achtergrond van de baai. Dan draai ik ervan weg, baar de heuvel met de televisiemast die heel Dundalk van signaal voorziet. Aan de andere kant mag ik dalen, maar het duurt nog even voor ik de asfaltweg verruilt voor bos. Het asfalt is warm en recent herstelde stukken zijn gesmolten en hechten zich aan mijn zolen als ik er per ongeluk instap. Dan het bos in, vier km. Dat voelt lang. Op de heuvel wilde ik naar het bos, in het bos wil ik naar de pub. Er is altijd iets nieuws om te willen. Na een aantal Gravel wegen is er zowaar een gewoon wandelpad omlaag. Ik kom uit op een asfaltweg en die volg ik een uur lang naar de pub. Het is helaas alleen een bar, je kunt er niet eten. Anders was ik zeker langer gebleven. Nu drink ik wat en na een behoorlijke pauze ga ik door. Nog even klimmen, beloof ik mezelf. Ik doorkruis het bos en op een geschikt plekje zet ik mijn tent op. Het is dan 20.00 uur en er staat bijna 30 km op de teller. Ik leer het nooit.

Dag 2 – The Castle – Carlingford 10 km
Bepakt en bezakt beklim ik het laatste stuk heuvel. Ik verlaat de gravelweg over een smal paadje en kom uit bij een overstap aan de rand van een immens heideveld. Egaal bruin. Hoe doen die Ieren dat toch? In Nederland zou er hartstikke veel pijpenstro tussen staan en alleen een schaapskudde houdt de vergrassing tegen. Terwijl ik verder loop, realiseer ik me dat dit de laatste keer is dat ik in Ierland helemaal omringd ben door natuur. Geen weg, geen huis te zien. Heerlijk.

Ik daal af naar de vallei, die ik lang volg. Ik kom een paar hardlopers tegen, verder niemand. Een dorp is er niet, alleen een verzameling huizen en border waar niets zich nog roert. Aan de overzijde van de vallei staat nog een bergketen tussen mij en Carlingford. Bij een huis met een kraantje tap ik wat water. Dan klim ik eenvoudig omhoog en daal af naar de buitenwijken van Carlingford. Ik stop even bij e ruïne van een kerk en een kasteel en ben dan weer terug bij mijn beginpunt.