Pieterpad

Het mooiste pad van Nederland, van Pieterburen naar Maastricht

Dag 1 Pieterburen-Groningen 29 km
Een van de vragen die je als wandelaar veel krijgt is: “Dan heb je het Pieterpad vast ook wel gelopen.” Tot nu toe was mijn antwoord ‘nee’, maar met twee weken vrij en niets om handen begin ook ik aan Nederlands bekendste en populairste LAW.

Na wat voelt als een wereldreis zet het buurtbusje me af in Pieterburen. Voor het café staat een handwijzer die alle plaatsen aanwijst met de naam Pieter erin. Ik zit hier goed. Bij de voordeur wijst een ander bordje naar Maastricht, 464 km. Dat moet een oud bordje zijn, want inmiddels is de route 492 km. Ik koop wat Pieterpadsouvenirs om in de stemming te komen en ga op pad, het dorp uit. Langs een molen en een haventje dat ik hier beslist niet had verwacht. Je ziet ook direct dat het pad leeft bij de mensen langs de route. Een heus verkeersbordje wijst wandelaars op een toiletmogelijkheid in een kas. Na een tijdje op een asfaltweg te hebben gelopen, kuier ik de inrit van een boerderij op, voor een schelpenpad en een kort stukje langs een akker vol knollen. Daarna kom ik weer op dezelfde asfaltweg uit. Dat belooft veel goeds. De routebouwers hebben zich er niet makkelijk van afgemaakt en doen moeite om de mooiste paadjes op te zoeken. Zo ook het fietspad door het bos vlak voor Eenrum. Zwaluwen scheren tussen de bomen, de eerste kastanjes nemen al herfstkleuren aan. Van tevoren zag ik op tegen dit eerste stuk, Groningen en Friesland zijn niet mijn favoriete provincies om te wandelen. Veel te kaal en open. Geef mij maar bos! Je merkt ook dat dit pad leeft bij de omgeving. Zo wijst een heus verkeersbordje wandelaars op de mogelijkheid van een toilet in een kas. In Eenrum  merk je dat de kerk op een wierd staat, er naartoe loop je een stuk omhoog. Het is echter maar een klein dorp en ik ben er zo doorheen. Langs de weg loop ik naar Mensingeweer en dan langs het water naar Winsum. Dit is even een lang stuk en wat minder interessant, maar dat is denk ik niet te vermijden. In Winsum hou ik een korte pauze op het dorpsplein. Er is markt (twee kramen) en de groenteman verkoopt me een tros heerlijke druiven. Verkwikt ga ik weer verder. Aan de rand van het dorp komen me de eerste twee medewandelaars tegemoet. Twee manen, al bijna in Pieterburen. Ze grappen: “Een klein stukje nog!” Na nog een paar wegen klim ik over een hek en betreed een oud kerkpad. Drie weilanden, met achtereenvolgens koeien en paarden. Heerlijk, dat zachte gras onder mijn voeten. Uiteindelijk, onvermijdelijk kom ik weer op het asfalt, dat ik volg naar de buurtschappen Alinghuizen en Klein Garnwerd. Ongelooflijk dat twee boerderijen bijelkaar een buurtschap vormen.

Je komt wel gekke dingen tegen onderweg, zoals een boot gemaakt van melkpakken en een spreuk bij de inrit van een boerderij dat hard werken toch geen zin heeft, want alle rijkdom komt van God. Hmmm, volgens mij hebben boeren het nu niet zo breed, dus wat is daar aan de hand? Tot nu toe heeft het weer zich gedragen zoals het hoort. Winderig, dat wel, maar droog. Zo aan het begin van de middag loop ik echter onder een bui door die wat druppels laat vallen. Gelukkig niet veel en niet lang. Ook de kerk van Oostrum staat op een wierd en dit keer is het een fikse heuvel die meters boven de omringende akkers uittorent. Via een laatste groenstrook loop ik Groningen binnen, waar de fraaie toren van de A-kerk fraai boven de grachtenpanden uitpiekt. Het is druk met studenten, fietsers, winkelend publiek en het voelt erg vreemd na zo’n dag alleen in een weids landschap weer zoveel stenen en mensen om mij heen te hebben. Op het station kan ik zo instappen op de trein naar huis.

Dag 2 Groningen-Rolde 37 km
Het eerste stuk van deze etappe loopt langs de snelweg. Nu ligt er wel een kanaal en een groenstrook tussen, maar aan het geluid valt niet te ontkomen. Pas wanneer we bij een prachtig meanderend zijriviertje komen, begin ik te genieten. Hier is het rustig en groen, met bossen berenklauw en planten die zich in dode bomen hebben genesteld. Er liggen een hoop oude woonboten in het water en wel drie trekpontjes. Uiteindelijk kom ik weer terug bij het kanaal, waar een kunstwerk de aardgaswinning van deze provincie bejubelt: een elektriciteitsmast met kleine vlammetjes erop. Nu vind ik die masten sowieso al lelijke dingen, maar om er ook nog eentje neer te zetten waar die niet nodig is… Ik kom weer terug bij het kanaal en duik onder de snelweg door richting Haren. Hier is een routewijziging en dat is een hele verbetering. Geen pad pal langs de snelweg, maar een grindpad langs weilanden en een fraaie waterplas. De snelweg is nog te horen, maar krijgt gelukkig concurrentie van de wind in de bomen. Het is fris, maar lekker. Even laten wordt het nog mooier. De Appelbergen met een ven en een drassig gebiedje. Smalle paadjes door het bos, gevolgd door fiets en zandpaden, waarbij het Drenthepad even aanhaakt. In een bocht voor Zuid-Laren brengt de routebeschrijving me even in verwarring. Gelukkig is de aanvulling van internet duidelijker en zo sla ik alsnog het juiste paadje in. Het eerste hunebed sla ik over. Het ligt achter twee huizen en is weinig meer dan een rommelige verzameling stenen, aan de foto in de gids te zien. Ongetwijfeld volgen er nog gavere exemplaren. Op de brink hou ik even rust. De plaats is groter en drukker dan ik had verwacht, met veel verkeer dwars door het dorp. Zonde. Een beeld van de beroemde jaarlijkse paardenmarkt, onthuld tijdens de 800e(!), staat niet op de brink zelf, maar op de stoep ernaast, vlak voor enkele bedrijven. Ook zonde. Na de rust wil ik verder lopen, maar zie opeens geen markeringen meer. Via een zijstraat loop ik terug naar de brink en dat is precies de straat die ik moet hebben. Al gauw ben ik terug waar ik thuishoor, in de natuur. Ik besluit mijn linkerteen af te plakken, die steeds dringerder signalen begint af te geven dat er iets niet klopt. Dat is een heel stuk beter. Even later steek ik de Drentse Aa over en kom in het stroomgebied. Het is een weidse vlakte met veelkleurig gras en lage struiken, maar het water zie ik niet. Pas als ik de Aaweer over mag, wordt het bijzonder. Berkenbos, loofbos, smalle paadjes, een vlonderpad. Daarom is Drenthe nou een van mijn favoriete provincies om te wandelen. Het is zó mooi.

Al lopend beland ik in de Gasterse Duinen, een egaal donkerpaars heidegebiedje, met twee zwarte konijntje in de schaduw van een zandduintje. Aan de andere kant van een heuvel ligt hunebed D10. Er is niet veel van over, de dek- en stopstenen zijn weg, geen aarden heuvel. Maar dit is een hunebed zoals we het kennen, een kaal skelet zonder grandeur. Op het informatiebord staat dat hunen in oud-Nederlands ‘reuzen’ betekent. Blijkbaar dacht men vroeger dat alleen reuzen dergelijke grote stenen kon verplaatsen, maar archeologen hebben aantegtoond dat het met redelijk simpele middelen en weinig mankracht kan. Na Gasteren wordt het even zoeken. Het boekje is oud, maar ook de internetaanwijzigingen kloppen niet helemaal. Die stuurt me langs de weg, terwijl er pijlen staan bij een nieuw vlonderpad langs het Balloërveld. Natuurlijk kies ik voor het laatste. Dan ga ik het gebied in, wat nog niet zo makkelijk is. Rul zand, oeps! Toch kom ik langzaam maar zeker vooruit, mengen mijn voetstappen zich tussen de hoefafdrukken van een schaapskudde en verschijnt het kerkje van Rolde als een baken aan de horizon. Voor wie de tijd neemt om het te zien, valt er nog genoeg te ontdekken in dit prachtige gebied. Zo kom ik langs de Stakenberg, de grootste grafheuvel van Drenthe, waar de as van een belangrijke overledene onder rust. Ook zijn er oude karresporen te zien, van wagens die in de verre middeleeuwen naar Groningen of Coevorden trokken. Bijzonder, dat dit nu nog is terug te zien in het landschap! Eenmaal in Rolde ben ik ook meteen bij het eindpunt vandaag.

Dag 3 Rolde – Sleen 42 km
Na de twee dagen insomnia word ik om 6.30 wakker met het gevoel dat ik me verslapen heb. Wacht, ik héb me verslapen! Gelukkig haal ik mijn trein nog net en sta om 8.44 weer in Rolde. Vrijwel meteen kom ik langs de hunebedden D17 en D18, de één een slordige hoop stenen waarin nauwelijks nog een grafmonument te bespeuren valt, de ander mooi gestapeld als de ruggengraat van een slapende draak.  Over de vroegere spoorlijn Assen – Stadskanaal laat ik Rolde achter me. Er vallen wat pesterige buitjes, maar onder de overhangende bomen loop ik lekker droog. Direct na een viaduct is er weer een routewijziging. Na een klein stukje langs de snelweg, word ik het bos ingestuurd. Algauw mag ik afslaan, naar een weiland met talloze overstapjes over het schrikdraad. Het Andersch Diep heeft zich slingerend in de grond gesleten en met behulp van een touw steek ik de voorde over, de brug een maar meter verderop negerend. Daarna zijn er enkele lange wegen door het bos, waar ik gezelschap krijg van ruiters die een tocht maken. Het is heerlijk zonnig en bij een heideveldje geniet ik van een korte pauze. Ik besluit dat ik best zonder broekspijpen kan en in zomers tenue trek ik verder. Het is nog een best end naar Schoonlo, maar gelukkig is er een slingerend bospaadje dat me pal aan de rand van het dorp aflevert. Het is nog te kort na mijn vorige pauze om alweer te rusten, dus ik besluit de lunch uit te stellen tot De Tweelingen, een ven zo’n 4 km verderop. Daar zal vast wel een bankje staan, gok ik. Niet dus. Wel op de parkeerplaats, maar niet bij het met pijpenstrootje overgroeide ven, met een indrukwekkende wolkenlucht erboven. Ik snap er niets van, de prioriteiten van sommige mensen. Uiteindelijk doet een boomstronk aan de rand van een akker het ook goed. Heerlijk, zo in het zonnetje. Ontspannen ga ik weer verder. Een stukje open veld, bos, het Oranjekanaal. Zo nu en dan zie ik linten hangen, blijkbaar is er morgen hier een tocht, maar of het een wandel- of fietstocht is, weet ik niet. Weer merk ik dat het Pieterpad ook voor niet-wandelaars geen onbekende is. Een briefje bij een huis wijst wandelaars op de buitenkraan en een man die me tegemoet fietst, verheugt zich namens mij op de mooie stukken die ik nog ga krijgen. Weer terug in het bos kom ik een wandelaar uit Houten tegen, die vraagt of ik weet waar het Pieterpadmonument staat. Volgens zijn 8e druk moet het hier ergens zijn. Mijn 7e druk is accurater, die geeft het nummer van een paddestoel en dat is nog ver weg. Ik loop een tijdje met hem op, maar mijn tempo is hoger en ook voel ik me niet erg welkom. Door dan maar, naar een meer dat ik ken van eerdere tochten. Dat kan heel goed kloppen, want de Papelooze Kerk is dichtbij en die heb ik toch ook al eerder gezien. Het Pieterpadmonument vind ik even verder op de heuvel van een speelweide. Een eerbetoon aan Toos, een van de bedenksters? Ik haal het er niet uit. Het zijn enkele op elkaar gestapelde zwerfkeien, dat heft met wandelen toch niets te maken? Alleen de bovenste steen is mooi gepolijst in een soort trechtervorm met een a-symmetrisch geplaatst gat. De hele dag al is mijn tempo vrij behoorlijk en vandaag heb ik een horloge om, wat niet gebruikelijk is. Ik had gemikt op de bus van 18.08, maar als ik opschiet, kan ik die van 17.08 nog halen. En opschieten doe ik. Doorstampen is best lekker, soms. Nu voelt het niet goed, haastig, alsof ik dit pad aan het afraffelen ben. Ik kan het nét halen, of nét niet. Wanneer ik bij een oorlogsmonument kom, kies ik voor nét niet. Ik plof neer om even te rusten, maar ook om te zorgen dat ik de bus mis en relaxed door kan lopen. Ik luister naar de vogels en zie vanuit mijn ooghoeken een muisje over het pad schieten. Kijk, da’s beter. Een klein kwartiertje voor de bus in Sleen wegrijdt, ga ik weer door. Het moet niet té ontspannen worden, anders mis ik de volgende bus ook nog.

Dag 4 Sleen – Hardenberg 39 km
Het lijkt een prachtige dag te worden, maar voorlig is het vooral koud. De zon die zo veelbelovend boven de horizon kwam, verschuilt haar gezicht achter een deken van wolken. Vanuit Sleen draai ik een asfaltweg open even later word ik een smal pad langs een akker opgestuurd. Helaas is daar ook de route van een mountainbiketocht met, volgens een toekijkende vrijwilliger, duizend deelnemers. Met horten en stoten kom ik vooruit tot een asfaltweg waar de fietsers links gaan en ik rechts, zodat ik zonder omkijken weer verder kan. Ik kom uit op een kanaal waar de fietsers weer voortsnellen, maar dit keer is er een breed zandpad naast waar ik veilig door kan stappen. Er volgt ene lang stuk langs een ander kanaal, waarna ik in het gehuchtje Den Hooi even een bankje pak. Terwijl ik rust, komen drie heren uit Amsterdam voorbij die vorige week zijn begonnen in Pieterburen. Dit is hun laatste dag en pas volgend jaar gaan ze verder. Even verderop, bij een gasstation, zit de man uit Houten in het gras. Ik groet hem en loop door, want het ziet er niet naar uit dat hij om gezelschap verlegen zit. Uit de kaart meende ik al op te maken dat vandaag niet zo’n heel interessante etappe is. Geef me bos en ik verveel me geen moment, maar op akkers en weilanden ben ik snel uitgekeken. Een kleine Joodse begraafplaats (een groen heuveltje met één grafsteen) is het enige onverwachte op de route. Daarna loop ik langs een kanaal Coevorden binnen. In een park rust ik even, maar het is te koud om langs te zitten. Na de stad is de route omgelegd en daar ben ik blij mee. De rood/witte markeringen brengen me naar een nieuw natuurgebied waar de Poort van Drenthe de provinciegrens met Overijssel markeert. Ik merk dat ik wat begin in te kakken en het ging toch al niet zo snel vandaag. Ik verhoog mijn tempo en stuif richting Gramsbergen. Bij een zitbankje aan de rand van een weiland hou ik toch even stil. De ooit witte koelkast staat vol boodschappen van dankbare wandelaars. Natuurlijk kan ik hier niet aan voorbij lopen zonder mijn naam hier eveneens achter te laten, maar het valt nog niet mee om een vrij stukje wit te vinden. Kort daarop loop ik met een grote slinger buitenom Gramsbergen binnen. Even kom ik in de verleiding hier op de trein te stappen, maar het is nog slechts 8 km naar Hardenberg en dat ik ook al niet fraai. Beter om een hele saaie dag te hebben in plaats van twee halve. Mijn eerste caférust op deze tocht geeft me bovendien weer wat energie voor het laatste stukje. Ik kijk uit op de kerk waar een beeld van moedige Pieterpadwandelaars staat. Ik neem een er een voorbeeld aan en loop in de schemer Hardenberg binnen.

Dag 5 Hardenberg – Ommen 22 km
Het is droog, maar hoe lang nog? De eerste stortbui is precies volgens schema ’s ochtends gevallen, de volgende wordt in het begin van de middag verwacht. Nadat ik de Markt weer heb teruggevonden, steek ik de Vecht over en verlaat Hardenberg. Blijkbaar wordt er hier gewerkt aan een meestromende nevengeul en het fietspad waarover de route loopt, is verdwenen. Er wordt echter niet gewerktt en over zand kom ik er ook wel. Daarna volg ik een fietspad tussen de weilanden naar een gehucht van een paar boerderijen die nog rond een echte, met schapen gevulde brink, zijn gepositioneerd. De schuren zijn afgewerkt met riet in dat typisch Overijssels vlechtpatroon van ruiten. Erg mooi. Langzaam kom ik in de buurt van Ommen. Kort na Rheeze duik ik het bos in. Daar staat plots een rode brievenbus met een gastenboek voor wandelaars. Tientallen deze september alleen al en de meest recente aantekening is van de familie Neijenhuis op 22 september. Ik schrijf een korte groet aan de wandelaars die na mij komen en sluit de zware klep van de brievenbus. Even later steekt in de verte plotseling een ree het pad over. Het gaat zo snel en zo geruisloos dat als ik niet toevallig had opgekeken, ik niet had geweten dat er iets was gebeurd.

Het is nog steeds droog en het lijkt wel alsof de zon probeert door te komen. Schijn bedriegt echter, want even later gaat een spetterbuite over in een stortbui die voortduurt en voortduurt. Vanwege een blaar op mjin hiel loop ik vandaag in sandalen en nu die nat worden, is het lopen toch lastiger. Mijn tempo zakt wat in, maar gelukkig hoef ik vandaag niet ver. Een soort rustdag lijkt het wel, met maar 22 km. Ik had geen andere wandelaar verwacht, mar in het bos kmen me twee dames tegemoet. Ze lopen telkens kleine stukjes, wat gebruikerlijker schijnt te zijn dan het hele pad in één keer lopen. Even later alweer zo’n aardigheid. Een boer heeft, om aandacht te vragen voor boeren en de lage melkprijs, een toetjesbank voor ons klaargezet. Bij een picknickbank staat een koelbox vol blikjes fris, bakjes boerenyoghurt en voorverpakte blokjes kaas. Ik heb net genoeg kleingeld voor een blokje kaas en laat het me goed smaken. Niet veel verder is de stuw van Junne, waarna er eindelijk heerlijk kronkelende bospaadjes volgen. De takken glinsteren nog van de regen. Er is een geweldig doorkijkje door het bos, maar van de Sahara, het overblijfsel van een oude zandverstuiving, vangen we maar een glimp op. Ik had verwacht vlakbij het station van Ommen uit te komen, omdat er genoeg groene paadjes naartoe leiden, maar ik stap Ommen binnen langs de Vecht en dan is het nog een heel stuk naar het station. Gelukkig is het dan niet ver meer naar huis.

Dag 6 Ommen – Holten 30 km
Een dag na de eerste herfststorm is het perfect wandelweer. Zonnig, weinig wind. Ik ken de omgeving goed, maar het blijft mooi. De Besthemerberg met zijn heide en jeneverbessen. Natuurlijk beklim ik de uitkijktoren, die ver boven de bomen uitsteekt. Wat een prachtig uitzicht. Bos romdom en in de verte de Archemerberg, waar ik op afkoers. Weer beneden kom ik al kronkelend bij de Steile Oever, een dode arm van de Vecht. Daar let ik even niet goed open volg de markeringen van het Pionierspad in plaats van het Pieterpad. Toch algauw een kilometer in de verkeerde richting. Snel terug dan maar. Kort daarop stap ik mijn favoriete stukje Nederland binnen: de Sallandse Heuvelrug. Die begint met de Archemerberg, een prachtige, met heide en jeneverbes begroeide heuvel Op de top staan geen bomen en kun je eindeloos ver kijken. Heel in de verte ontwaar ik de ranke schoorsteenpijpen van de IJsselcentrale bij Zwolle, zo’n 30 km verderop. Het waait flink en daarom ga ik vlug verder langs de Dikke Kei en het Ravijn. De top van de Lemelerberg doet de route niet aan, onderlangs gaat het richting Lemele. Ik mis mijn gamaschen behoorlijk, want voortdurend heb ik steentjes in mijn schoenen. Toch aan denken om die morgen mee te nemen. Door de velden koers ik af op Hellendoorn, waar ik het bos weer in mag langs een prachtige droge sloot. Het bos ken ik hier beter dan het dorp zelf, dat ik door het centrum mag verlaten. Vanwege de geweldige wandeltochten in Haarle, bij Nijverdal, ken ik deze omgeving goed. Via het spoortunneltje steek ik de drukke weg over. Ik zie dat het Joods monument is verplaatst en een iets respectvollere omgeving heeft gekregen, nu de contouren van het Joodse werkkamp dat hier was in het landschap zijn teruggebracht. Ik verwacht over de Sprengenberg te gaan, maar de route voert er met een ruime boog omheen. Toch slaan we dit geweldige natuurgebied niet over. Vanaf een uitkijkpunt heb ik een geweldig uitzicht op de heidevelden en het landschap erachter. Daarna blijft het mooi. Er is een slingerpaadje tussen de jeneverbessen door. Het laatste stuk naar Holten is bijna 4 kmlang en recht. Toch is het niet saai. De voedzame dennelucht geeft me kracht. Op het laatste stuk staat bovendien een wereldtijdpad, draaibare blokjes met brokjes informatie over een bepaald jaar van 1944 tot 1997. Interessant, maar veel te veel informatie. De paaltjes staan tot pal achter station Holten, mijn eindpunt vandaag.

Dag 7 Holten – Vorden 29 km
Het is net licht als ik in Holten aankom. Al snel ontdek ik dat de route mooier is dan hij er op de kaart uitziet. Zandpaadjes tussen boerderijen door, waar de konijntjes slaperig voor mijn gestamp wegvluchten. Graspaden en asfalt. Ik moet nl de A1 over en de snelweg laat zich horen lang voor ik hem zie. Eenmaal over het viaduct is goed te merken uit welke hoek de wind waait: ik hoor de auto’s amper nog. Verder gaat het, tussen een prachtige bomenrij langs een kanaal. Kort hierop loop ik over het erf van een boerderij Gelderland binnen. De boer verwendt Pieterpadters met een rommelmarkt op kastformaat, vol lekkers en curiosa. Er staat drinken en snoep, maar ook met koeien beschilderde stenen en een ongetwijfeld bij het bingo gewonnen portemonneetje nog in het plastic. Grappig. Kort voor Laren duik ik het bos weer in. Ik kom uit bij kasteel Verwolde, dat er in mijn verwende blik niet erg kasteelachtig uitziet. Hier wijk ik even van de route af om de dikste boom van Nederland te bezoeken, die oneerbiedig – maar wel praktisch – de Dikke Boom wordt genoemd. Toch vind ik het lastig om zonder referentiepunt te geloven dat de stamomtrek zeven meter is. Na een korte pauze loop ik door en even later bereik ik dan Laren. Ik blijf niet lang hangen, maar kuier snel door. Er volgen enkele asfaltwegen, maar omdat de omgeving mooi blijft, stoort dat niet. Ik steek een kanaal en de Berkel over en kom daar twee vrouwen tegen die een klein ommetje wandelen. De een heeft het Pieterpad jaren geleden gelopen en de ander biedt me spontaan een overnachtingsadres in Nijmegen aan. Het is dus waar, van die bijzondere ontmoetingen onderweg. Zelfs in de herfst, nu het veel rustiger is dan in de zomer. Wat leuk!

In het volgende bos rent een rode eekhoorn over het pad met een klein appeltje in zijn bekkie. Het pad gaat nu vrij lang en recht op Vorden af, maar ik blijf genieten van het bos om me heen. Alleen al het geluid van de wind in de bomen klinkt me als muziek in de oren. Zo nader ik Vorden. Dat er hier veel kastelen zijn, wist ik al van de geweldige Kastelentocht die ik hier een paar jaar geleden heb gelopen. Nu kom ik er eentje tegen die ik nog niet eerder zag, het Enzerinck, een fraai huis. Daarna is er een oude bekende, Den Bramel. Dan is het nog maar een klein endje naar het station. Officieel eindigt deze etappe bij kasteel Vorden, waar je op ongeveer op de helft van het Pieterpad bent en waar deze LAW ook officieel werd gepresenteerd in 1983, maar da’s niet erg praktisch. Ik stap op de trein en bewaar het kasteel voor de volgende keer.

Dag 8 Vorden – Braamt 34 km
Erg vlot gaat het niet vanmorgen. Tussen Deventer en Zutphen kruipt de trein met onregelmatige tussenpozen van sein naar sein. Dit levert me dan wel weer een half kaartje op als compensatie van de NS, maar ik was liever op tijd in Vorden geweest. Het is maar een klein stukje dorp naar het kasteel, dat ik blijkbaar heb verward met een ander. Het ziet er heel anders uit dan in mijn herinnering. Wel erg mooi. Ik loop langs een plaquette met de voetstappen van Bertje en Toos, de bedenksters van het Pieterpad, naar het knopenlaantje. Dit vind ik een van de meest wonderlijke boslaantjes van Nederland. Stelletjes leggen hier een knoop in een beukentak, als symbool van hun liefde. Er zijn jonge knopen, nog dun en fragiel. En dan is er een boom met een massieve knoop in zijn stam, sterk en eeuwig. Hoe symbolisch! Bij het maken van foto’s schiet er opeens iets verkeerd in mijn knie. Wat is daar aan de hand? Geen idee, maar het bemoeilijkt het lopen wel. Op een bankje neem ik een korte rust en vraag me af of een compressiekous uitkomst kan bieden. Dit kan ik niet gebruiken met nog 34 km voor de boeg en een Kennedymars over twee dagen. Langzaam ga ik verder. Ik heb goede hoop dat het probleem zichzelf oplost, want al snel wordt de pijn minder en na een paar kilometer is hij helemaal weg. De route ondertussen voert me van het ene bos naar het andere en dat is nooit saai. Vanaf een afstandje mag ik een blik werpen op huis Zelle, waar ik jaloers kijk naar de paraplu’s die op de buggies van stoere golfers zijn bevestigd. Al sinds het gehuchtje Linde regent het, hoewel de zon verwoede pogingen doet om door te komen.

Ik doe mijn poncho aan en meteen is een groot deel van mijn natuurbeleving verdwenen. Het getik van de regen op de bladeren wordt overstemd door het onnatuurlijk geritsel van plastic. Ik heb er nooit van gehouden, maar vandaag heb ik er opeens genoeg van en neem me voor in het eerstvolgende dorp een joekel van een plu te kopen. In het volgende bos wordt gewerkt. De modderpaden zijn kapot gereden door trekkers en dat maakt het lopen weer uitdagend. Onderhand vind ik het wel tijd voor een rustpauze, maar met de regen zijn de mogelijkheden beperkt. Dan loop ik het erf van een boerderij op. Er is een zitje, in de regen, maar ik maak het me gemakkelijk tussen de trekkers en landbouwvoertuigen onder een afdak. Terwijl ik een koekje eet, huppelt er een eekhoorn voorbij en een druipnatte pony kijkt me nieuwsgierig aan. En het wordt warempel droog! Tegen de tijd dat ik Zelhem bereik, komt de zon door en vergeet ik mijn plan om een plu te scoren. Even verderop wordt het zelfs zonnig en gaat mijn jas uit.

Dag 9 Braamt – Millingen a/d Rijn 24 km
Braamt ligt aan de voet van een indrukwekkende heuvelrug en direct al mag ik het Bergerbos in. Het is een mooi, oud bos met een ondergroei van bruingeworden varens. Er zijn brede zandpaden en smalle slingerpaadjes en afgezien van enkele joggers en hondenuitlaters ben ik alleen. Stil is het niet. Ik hoor de A3 en in de verte het geluid van de industrie van Spijk. Ik steek de snelweg over en beland in Duitsland. Het is even klimmen naar Hoch-Elten en daarna alleen nog maar dalen. Vandaar beland ik in een compleet ander landschap. Platte akkers, waar de mais nog staat. Terugkijkend piekt de kerktoren van Hoch-Elten boven de bomen uit. Bij Spijk ga ik de dijk op en loop tot Tolkamer langs de Boven-Rijn. Aan de overkant zie ik in de verte weer heuvels liggen. Nijmegen? Ik loop door Tolkamer heen en om de haven. De zon schijnt en ondanks een windje is het heerlijk. Net voorbij de haven mag ik de uiterwaard in. Er grazen koeien en paarden on over een uitgesleten paadje kuier ik naar het oorlogskerkhof. Daar ligt de Canadese bemanning van een bommenwerper, alsmede een onbekende Canadese soldaat. Het is goed om erbij stil te staan. Ik loop om een recreatieplas heb en kom precies op tijd aan bij de pont naar Millingen, die maar 1 x per uur gaat.

Dag 10 Millingen a/d Rijn – Groesbeek 20 km
Hoe is dat nu mogelijk? Dertien kg weegt mijn rugzak maar liefst. Terwijl ik zo weinig bij me heb. Ok, het glazen potje pindakaas voor de lunch is misschien niet zo handig, maar verder? Tot nu toe ben ik vanuit Zwolle op en neer gereisd, maar tot aan Maastricht overnacht ik langs de route. Zwaarder misschien, maar ook rustgevend om na een etappe niet weer die lange reis naar huis te hoeven maken.

Twee wandelaar stappen in Millingen met mij uit de bus. Het blijkt een stel uit Amsterdam, dat al 12 jaar (!) bezig is met het Pieterpad. Ik kan het me niet voorstellen, zo lang met iets bezig te zijn zonder het af te maken. Soms is de reis belangrijker dan het doel, dat weet ik, maar dit lijkt me een tikkeltje overdreven. We lunchen samen op een bankje, waarna ik alleen verder ga. Al snel doe ik mijn juist uit, want het is zonnig en warm. Ik herken de omgeving van mijn fietstochtjes tijdens de Nijmeegse. Nu duik ik een betonpad in naar camping Zeeland en geniet van een graspad langs een sloot, met uitzicht op een verre heuvelrug. In een volgend dorp gaan ook mijn broekspijpen uit, het lijkt wel zomer. Langs een boomgaard en over nog weer een graspad trek ik even Duitsland in. Daar hou ik een lange rust, want de afstand vandaag is kort en ik kan pas na 17.00 uur in Groesbeek terecht. Bovendien zit er in die 13 km op mijn rug uiteraard een goed boek.

Van mijn voeten heb ik geen last na de 80 van de Posbank, gisteren. Hooguit een beetje duf, maar dat kan ook door de zon komen. Ik passeer twee prachtige meren en meteen voel ik me weer op mijn gemak: ik ben weer in het bos. Het is een stevige klim naar de Duivelsberg, maar niet heel moilijk. Daar is het even zoeken naar het goede pad, want LAW-6 brengt me in verwarring. Ik daal af door een prachtig, open bos om daarna direct weer te klimmen. Ik bereik een stel weilanden en geniet van het golvende landschap, alsof de zee midden in een golf tot stilstand is gekomen. Er zijn zoveel interessante lijnen, perspectieven. Het is mooi! Het laatste stuk naar Groesbeek herken ik weer van eerdere tochten. Het pad vol stenen naar boven, waar het Airbornepad loopt. Achter de Canadese begraafplaats langs. Het graspad over het erf van een boerderij, ken ik dat niet van Berg en Dal? Het is bekend en vertrouwd, maar het blijft genieten. En mooier nog: ik hoef vanavond niet meer terug.

Dag 11 Groesbeek – Geijsteren 43 km
Met een lange dag voor de boeg ga ik vroeg op pad. De lucht is vochtig, maar gelukkig regent het niet. Na een kort stukje langs de Mookse baan mag ik het bos weer in. Daar voel ik me thuis. Zoveel tinten bruin, lekker klimmen. Ik kom niemand tegen. Bij camping Klein Amerika mag ik over een zandpad tussen de velden naar de St. Jansberg. Er zijn vogels en ik vang een glimp op van een rode eekhoorn. Het groene water doet zijn naam eer aan. Zou er daarin nog iets leven? Uiteindelijk kom ik dan op de weg en mag 2 km langs het Reichswal lopen. Ook het volgende stuk, een weg van bijna 4 km, is niet inspirerend. Het eindigt wel bij een Pieterpad-bankje. Het is niet meer dan een steen met de afstanden naar Pieterburen en de St. Pietersberg erop, maar toch best aardig. Gennep maakt indruk met zijn oude gebouwen, versierde winkelstraat en prachtig mozaïekplein. Het duurt even voor ik de bebouwing weer achter me laat. Een tunnel helpt me onder de snelweg door. In Gennep en net daarbuiten kom ik maar liefst vier Pieterpadters tegen, een is aan de telefoon. Zo te horen probeert hij een overnachting te regelen voor vanavond. Inmiddels regent het zachtjes en ben ik op zoek naar een plek waar ik droog kan lunchen. Die vind ik als ik langs een vervallen zomerhuisje loop. Alleen de muren en het dak staan nog, zij het met wat gaten hier en daar. Ik maak het me gemakkelijk op een betonnen verhoging. Na een genoeglijk half uurtje pak ik mijn afval in en ga weer verder. Ik kom uit bij het Quin, een natuurgebied met twee grote vennen. De route voert over een heuvelrug die prachtig uitzicht bied op het laaggelegen water. Even verderop is een kaalslag, een zandvlakte vol boomstronken. Het heeft iets tragisch, die stompen in het grijze zand, als landmijnen die zijn achtergebleven na een oorlog. Het heeft ook een wrange schoonheid die zich hopelijk goed naar foto vertaald. Kort daarop loop ik Afferden in en weer uit. Een pontje zet me over. Ik krijg gezelschap van een trekker vol aardappelen en de pont is meteen vol. We steken de Maas over, op de andere oever staan scholieren en nog een trekker al te wachten. Een bord heet me welkom in Brabant. Ik dacht dat ik Brabant juist verliet! Ik volg de rivier, maar zie het water niet doordat ik ben ingesloten door meer dan manshoge Maasheggen. Met nog een kleine slinger door een bos beland ik in Vierlingsbeek. Daar doe ik boodschappen bij de super en pauzeer even met mijn boek. Er zijn opvallend veel ‘militairen’, mannen in oude Amerikaanse legeruniformen en antieke wagens. Zeker van een museum hier in de buurt of een vereniging die geschiedenis in ere houdt. Het bankje staat voor de bibliotheek en de dames nodigen mij uit om binnen te komen. Dat doe ik, maar alleen om de tas af te leveren die een van de hangjongeren is vergeten mee naar huis te nemen. Hierna moet ik een zoeken hoe de route verder gaat, want de straat die ik moet hebben, zie ik over het hoofd. Uiteindelijk komt het goed en kan ik verder. Ik loop Holthees binnen, langs een Pieterpauzekunstwerk, een oorlogsmonument en een Maria-kapel. Dan volgt een stukje onverhard, waar het gras binnen de kortste keren mijn schoenen doorweekt. Gelukkig komt er daarna een mooi stuk, de Boschhuizer Bergen. Eerst is er zand, daarna een heus jeneverbessenbos. Ik heb er nog genoeg bij elkaar gezien om van een bos te spreken. Meestal zijn het enkele oudere of stervende exemplaren, omgebogen en verzwakt, groeiend tegen de verdrukking in. Hier zijn het er ontzettend veel, jonge en gezonde bomen. Dat doet me plezier. Het mulle zand maakt het lopen wel lastiger, maar ik zet door. Het begint al te schemeren als ik landgoed Geijsteren oploop, een vochtig gebied vol beekjes en varens. De zon begint serieus te zakken, wanneer ik aanbel bij de B&B. Uren later komt daar ook de wandelaar binnen die ik vanochtend passeerde, die zijn overnachting nog aan het regelen was. Da’s toevallig!

Dag 12 Geijsteren – Venlo 32 km
Het is maar een kort stukje van de B&B naar de route. Daar begin ik meteen met een stukje bos, waar een bruine eekhoorn voor me uitrent. Bij de volgende kruising let ik niet goed op en loop verkeerd. Een blik op de kaart leert dat ik weer op de route kan komen door gewoon door te lopen, maar dan mis ik een onverhard stuk dat ik natuurlijk niet wil overslaan. Terug dan maar en over het juiste pad bereik ik Wanssum, het eerste dorp vandaag. Ik passeer twee Duitsers en erger me aan het motorgeluid van een houtzaag. Na het bos is er een prachtig pad dat langs een beekje tussen de koeien doorslingert. Er is een lusje naar een mooie kasteelboerderij, waar ik onder het pportgebouw doorloop. De bewoner biedt wandelaars een appeltje aan en dat smaakt heel best. Kort daarop begint het flink te regenen. Onder mijn plu blijf ik goed droog en heb nergens last van. Op een zandpad herken ik een sandaal die ik herken als zijnde van de wandelaar die met mij in Geijsteren overnachtte. Ik neem hem mee, hopend dat ik de man nog tegenkom. Na Swolgen is er opnieuw bos. Het regens inmiddels flink en in een mistig weiland staan drie druipende paarden.  Een vlonderpad brengt me naar een kapelletje. Dan volgt een lang stuk langs akkers vol Afrikaantjes. Op het open veld grijpt de wind mijn plu en verbuigt de baleinen. Voorlopig houdt-ie het nog vol. Het laatste stuk naar Grubbenvorst bestaat uit grindwegen en asfalt. Dan kom ik in een park, waar een carrillion staat dat door de plaatselijke bevolking is gered uit een tot bejaardenhuis omgebouwd klooster. Bij een bakker kom ik mijn medewandelaar tegen en kan hem zijn sandaal teruggeven. Zelf maak ik het met mijn boek gemakkelijk in de muziekkapel. Na een kwartier ga ik verder, maar vrijwel direct begeeft mijn paraplu het definitief. Ik loop een enje terug en koop een nieuwe. Aldus voorzien kuier ik naar de pont, waar ik voor 20 ct wordt overgezet. Zo weinig, dat zoiets nog kan tegenwoordig. Over de dijk loop ik richting Venlo. Er is een mooi graspad langs de rivier, waarna ik de stad dan echt binnentrek. Dat is een behoorlijke overgang na al die dagen natuur en kleine dorpjes. Zoveel huizen, zoveel Duiters ook. Zelfs de etalages en advertenties zijn in het Duits. Het blijkt dat er een speciale markt is om de val van de Muur te vieren.

Dag 13 Venlo – Swalmen 23 km
Een luie dag vandaag. Uitslapen, een laat ontbijt, een korte afstand. Eerst ga ik een endje terug, om het centrum van Venlo te bewonderen. Het oude stadhuis, het prachtige hekwerk met carnavalskopjes in een steek. Hoe kan het dat ik dit gisteren niet heb gezien? Blijkbaar was ik vermoeider dan ik dacht. En zo’n plu beperkt je uitzicht toch behoorlijk. Net als nu. Het regent pijpenstelen en ik blijf van ook niet lang dralen. Om 10.00 uur ga ik alsnog op weg naar Swalmen. Vanwege de aanleg van de A74 krijg ik algauw te maken met een routewijziging, maar het blijft erg mooi. Er is een meertje vol helder water, bergen van zand. Daarna kom ik in het bos terecht, op de grens met Duitsland. Aanvankelijk is het vlak, daarna ligt Nederland opeens een heel stuk lager. Bij een schuilhut hou ik bijna een uur rust. Het is de eerste die ik op de route tegenkom en misschien wel de enige. Het voelt goed om even droog te zitten. Gelukkig gaat de kraan dicht en komt zelfs de zon door. Als ik verder ga, duurt het niet lang eer mijn jas in de rugzak verdwijnt en ik in T-shirt loop. Onder een hoogzit duik ik even de bosjes in en wanneer ik het zandpad weer opstap, steken juist vijf reeën het pad over. Eentje hobbelt er achteraan. Wat leuk! Kort daarop loop ik langs de Swalm het dorp Swalmen binnen. Een heerlijke, luie dag.

Dag 14 Swalmen – Pey 31 km
Met de voorspelde windvlagen van 100 km/u zou mijn plu een bui niet overleven, dus ben ik blij dat het droog is. Het is maar een klein stukje van Swalmen naar kasteel Hillenraedt. Het is een fraai gebouw. Voor zover ik kan zien tenminste, want verder dan het begin van de oprijlaan mogen wandelaars niet komen. Ik verruil het kasteel voor een welkomere aanblik: bos. Vol plassen, dat wel. Ik loop een vaak naast als over het pad. Een kasteelboerderij laat zich beter bewonderen en oogt vooral aan de voorzijde als een vesting. Een massieve muur met een grote poort, die aanvallers ongetwijfeld lang zou tegenhouden. Verderop kom ik mijn eerste stegelke tegen en voel ik me echt in Limburg. Hij leidt naar een smal, vervelend modderpaadje tussen de weilanden. Er moet echt wel iets aan de hand zijn, wil ik klagen over modder. Dit pad is net niet breed genoeg om twee voeten naast elkaar te zetten en superglad, met prikkeldraad aan beide zijden. Ik hou van onverhard, maar ben aan het eind blij om weer het asfalt op te kunnen stappen. Aan de horizon verschijnt Roermond, waar ik gelukkig niet al te dichtbij kom. Ik steek de werkeloze IJzeren Rijn over en stap door naar Melick. In de schaduw van een bosje vind ik een bankje uit de wind en hou een rust. Van Melick is het maar een kort stukje naar St. Odiliënberg, waar de basiliek trots boven het water van de Roer uittorent. Door een berkenbos met verkleurde varens loop ik naar Montfort, een bekende halte in de Kennedymars van Sittard. Voorbij de ruïne duik ik weer het bos in om even te rusten. Na een uur begint het te druppelen. Het is een gestage miezer waar je nauwelijks nat van wordt. Het water hangt als een sluier over het landschap en zorgt voor mistige verten. Al om 16.00 uur ben ik in Slek. Ik had wel tot Sittard door kunnen lopen. Zelfs met rugzak kan ik makkelijk 40 km per dag aan. Een volgende keer mag ik het mezelf wel iets zwaarder maken. En dat er een volgende keer komt, is zeker. Ik vind het heerlijk, zo dag in dag, uit wandelen.

Dag 15 Pey – Schimmert 32 km
De dorpsstraat in Pey is lang, erg lang. De B&B bevindt zich aan het ene uiteinde, het Pieterpad aan het andere. Het is een aardige tippel naar terug naar de route en hoewel mijn gastvrouw me een kortere route aanraadt, kies ik voor de lange. De laatste hele wandeldag. Nog maar een klein stukje en ik ben er. Ik zou wel eeuwig door kunnen lopen.

Op en grindpad kom ik een man uit Pey tegen die het Pieterpad zelf ook gelopen heeft. We praten wat en hij waarschuwt me voor een lastig punt, even verderop, waar veel mensen verkeerd lopen. Het doet me goed, een praatje na zoveel dagen alleen.

Na een stukje bos ga ik Duitsland nog maar eens in. Hier loopt de Pelgrimsroute met me op. Langs een snelstromende beek loop ik Sittard binnen. Het regent al een tijdje, maar op de markt begint het echt te hozen. Tijd voor een terrasje en mijn eerste Limburgse kruimelvlaai. Het regent nog wanneer ik opstap, niets aan te doen. Het is nog 22 km naar Strabeek. Sittard verlaten gaat snel, langs een kruisweg en een mooie kapel in het bos. Daarna volgen enkele holle wegen die door de regen zijn veranderd in kleine riviertjes. Voorzichtig zoek ik mijn weg om de plassen. Dit is het Limburgse landschap dat ik zo goed ken, rollende heuvels en glooiende vlakten. Het schijn korenwolfgebied te zijn, maar de enige hamster die ik tegenkom is een houten exemplaar. Langzaam wordt het droog. Beter.

Bij Windraak is een leuke drinkplaats en een bankje met een gedicht voor Pieterpadters. Mijn geheugenkaart is inmiddels vol, maar gelukkig heb ik een reserve. In Puth hou ik even rust bij een bushalte, de bus die even later aan komt rijden, wuif ik door. Vandaar is er een lange weg naar Spaubeek, waar ik weer het spoor en de snelweg mag oversteken. Het zien van station Spaubeek stemt me melancholiek. Morgen zit ik alweer in de trein naar huis. Maastricht-Zwolle. Op de landkaart is het zo’n klein stukje. Eerst nog even door.

Net over het spoor is er een grindpad omhoog. Ik kom een bordje van een spokentocht tegen en zie langs de route de voorbereidselen. Een plastic schuilhutje vanwaar een spook zich op de wandelaars zal storten, een donkere tunnel. Jammer dat ik niet mee kan doen. Eenmaal boven is er een graspad langs een boomgaard en het dorpje Terstraten vol prachtige boerderijen. Daarna geniet ik van een smal slingerpaadje langs de weilanden. Voorbij Aalbeek is er een alternatief naar een archeologisch monument, maar ik loop direct door naar Klein Haasdal, waar mijn B&B op me wacht. Morgen naar Maastricht, de laatste etappe.

Dag 16 Schimmert – Maastricht 20 km
Het ontbijt is pas vanaf 08.00 uur en dat is jammer. Juist vandaag is er een mooie zonsopgang in een schitterend mistlandschap. Ik ontbijt snel en ben vlug weer terug op de route. Ik loop licht vandaag. De afstand is kort en daarom heb ik maar weinig water meegenomen. Het verschil in gewicht is merkbaar op mijn rug en ik vlieg over de weg. Bij een kasteelboerderij pak ik de route weer op. Kort daarop daal ik af in een bos, waar een diepe geul in het zand is uitgesleten. Pas later begint het water te stromen. Ik loop door tot de rand van Valkenburg en kom uit bij de snelstromende Geul. Daar kom ik pijlen tegen van een wandeltocht en even kom ik in de verleiding. Eerst dit afmaken, zeg ik tegen mezelf. Ik doorkruis Berg en Terblijt en leer de ware betekenis van de Limburgse Grubbe kennen. De weg lijkt wel een rivier en voert het water dat gisteren viel, precies zoals de bedoeling is, af naar een bekken. Wanneer een auto me passeert, druk ik me in de heg om droge voeten te houden. Rechts van de weg zie ik mijn eerste mergelgroeve, een statige boom precies boven het gat in de rotsen.

Er volgen nog enkele natte akkers, waar ik hardlopers en mensen met honden tegenkom. Dan is er een tegelpad, een buitenwijk van Maastricht. Het duurt lang eer ik het station bereik. Hier maak ik een laatste lus, door de stad naar de St. Pietersberg. De Servaasbrug steekt schitterend af tegen de donkere lucht en ik laat de markeringen even voor wat ze zijn om een goede foto te kunnen maken. De route door het centrum is vrijwel identiek aan die van Diekirch-Valkenswaard, toen we ook over de St. Pietersberg kwamen. Het is druk met toeristen. Het is even wennen, zoveel mensen om me heen na al die tijd alleen ik en de natuur. Er lopen mensen in Lederhösen rond en verschillende groepen krijgen een rondleiding.  Eenmaal buiten de stad wordt het wat rustiger. Ik beklim de St. Pietersberg. Het laatste stuk langs de mergelgroeven, waar je vanaf een nieuw observatiepunt een prachtig uitzicht hebt. Het einde.

Oef, daar moet ik even bij gaan zitten. Het is voorbij. Ik moet weer terug naar het echte leven. Bij een restaurant haal ik een diploma op en dan kuier ik naar het station. Het was ontzettend leuk. Over een paar jaar doe ik het nog een keertje, maar dan in de zomer, vanaf Maastricht naar Pieterburen. Want wandelen, daar kun je toch geen genoeg van krijgen?