Oberlauzitser Hunderter

Pittig: drieduizend meter stijgen en dalen (2008)

De routebouwers kennen geen genade. Met zowat 90 km in de benen gooien ze er nog maar eens een ski-helling tegenaan. 1,2 km steil omhoog tot het volgende controlepunt. We ploeteren. We zweten. We hebben het prima naar ons zin. Dit is de Oberlausitzer Hunderter.

Groen!

Polen en Tsjechen zijn hier geen buitenlanders, maar naaste buren. Wilthen, een Duits dorpje met ongeveer 6500 inwoners, is omringd door heuvels. Vanaf het station is het hooguit  1 km naar de rand van het bos, waar in de Natuurvriendenhut de start is van de jaarlijkse Oberlausitzer Hunderter.  Als ik er aankom is de hut gevuld met Belgen en Duitsers. Het bier vloeit al rijkelijk. Buiten is boven een picknicktafel een laken gespannen waarop de route is te zien. Deze bestaat uit een aaneenschakeling van gemarkeerde routes.  Gele en blauwe strepen, rode cirkels. Bij het inschrijven krijgen we een gekopieerde kaart waarop de route naar kleur met de hand is ingetekend. Omdat ik bang ben ’s nachts de kleuren groen en blauw niet te kunnen onderscheiden, schrijf ik erbij: Groen!

Interview

Ik zit nog niet zo heel lang als Flemming Nielsen binnenkomt, een vriend uit Denemarken. Ik ben blij dat hij er is, dit is al zijn derde Hunderter hier en hij kent de omgeving een beetje. Ik hoef vannacht gelukkig niet alleen op pad. Een plaatselijke enthousiast maakt elk jaar een filmpje over de tocht. Eerst wordt Flemming voor de camera getrokken. Hij spreekt tenminste goed Duits. Blijkbaar is het ongehoord dat iemand helemaal uit Nederland naar Wilthen komt om te wandelen, dus ook ik moet er aan geloven. Aangezien mijn Duits behoorlijk slecht is, word ik met behulp van een Duitssprekende Belg, Gilbert Helleman, geïnterviewd. Na een praatje van de voorzitter en de routebouwer over een onaffe brug en een spoorwegovergang die eruit ligt, wordt een vuurpijl afgestoken. We mogen!

Selbstkontrolle

We kunnen meteen aan de bak. Klimmen, naar een monument op 450 meter. Hier, al na 4,2 km, is de eerste ‘Selbstkontrolle’, een aan een boom gebonden bord met een inktkussen en een stempel aan een ketting. We gaan verder door het bos. De maan schijnt en verlicht ons pad, maar een zaklamp is hier onontbeerlijk. Een goede zaklamp, want mijn drie ledjes geven eigenlijk nog te weinig licht. Weinig asfalt hier. Geen gemakkelijke, brede bospaden met zachte dennenaalden onder de voeten. Over elke stap moet worden nagedacht, stenen verbergen zich onder de herfstbladeren, rotsen maken een regelmatig ritme onmogelijk. Naar boven gaat prima, maar bij de steile stukken omlaag heb ik moeite en moet ik mijn tempo omlaag brengen om zorgvuldig te kunnen lopen. Zowat om de 15 km is er een wagenrust, waar we stukjes appel, boterhammen met vet (?) of leverworst en thee kunnen krijgen. Iedereen heeft hier een rugzak met wat eten bij zich om dit karige menu aan te vullen. Volgens Flemming zijn zitten er wolven in deze regio, die de grens met Polen zijn overgestoken. Hoewel ik weet dat de kans klein is, hoop ik stiekem toch om ze op zijn minst te horen. Maar de enige ogen die oplichten in de nacht zijn die van een kat.  Het is ontzettend donker, geen strooilicht van een ver dorp of stad, geen verlichte wegen, geen auto’s zelfs. We lopen onder een fantastische sterrenhemel en ik kan het niet laten om even Flemming een arm te geven en tien minuten alleen maar naar boven te kijken. Zelfs de melkweg is te zien!

Afsnijden

Als het Tautenwald erin zit, is de tocht zwaar, had de voorzitter gezegd. En ja, natuurlijk zit dit bos in de route. ’s Nachts met de Taubenberg (457 m) en overdag met de Grosser Pincho (499 m). We blijven klimmen, in totaal ruim 3000 meter, en afdalen. Op een gegeven moment wijkt het groepje voor ons af van de route. Flemming en ik twijfelen, wat te doen? We besluiten hen te volgen, zij zijn hier vast bekender dan wij. Als we ze even later naar het waarom vragen, blijkt dat we een stuk hebben afgesneden. Qua afstand maakt het niet uit, maar wel hebben we enkele zware bospaden overgeslagen. Dit zint me niets. De volgende keer volg ik de route, desnoods alleen. Gelukkig is Flemming het met me eens. Even later neemt het groepje voor ons weer de kans waar om een stuk af te snijden. Wij blijven trouw de blauwe stippen volgen. Alleen lopen we een stuk verkeerd, want plots zien we rechts van ons lichtjes: de zaklampen van de andere groep. We steken een grasveld over en bevinden ons dan weer op de route. Vanaf de Monchswalder Berg (449 m) moeten we de groene strepen volgen. Gelukkig staan op kruispunten duidelijke wegwijzers, waarop de kleuren en bestemming en zijn vermeld. Helaas volgen wij de groene strepen de verkeerde kant op en komen uit in Klein Postwitz. Met de kaart komen we toch nog terug op de juiste route naar Wilthen.

Schnaps

Na 50 km zijn we terug in de Natuurvriendenhut en na een heerlijke goulashsoep klaar voor het daggedeelte. Opnieuw moet er geklommen worden, maar eigenlijk valt het parcours vergeleken met afgelopen nacht heel erg mee. Zoveel mogelijk heuvels in de omgeving worden meegepakt, soms met wat onlogische uitstapjes tot gevolg, maar heel erg steil is het niet. Toch zijn de paden dermate zwaar dat het tempo behoorlijk inkakt, over de eerste 16 km doen we 4 uur. Bij een van de wagenrusten haalt Flemming me over een flesje schnaps te proberen. Ach, waarom niet. Ik keer het flesje om en drink het in een teug leeg. Getverderrie, wat is dat smerig zeg. Vlug schenk ik wat mineraalwater in om die smaak uit mijn mond te spoelen.  De omgeving is mooi, maar niet erg fotogeniek. Hoewel ik nu voor het eerst een digitale camera bij me heb, kom ik niet in de verleiding die ook te gebruiken. Maar ja, de afgelopen dagen ben ik ook zo verwend in Saksisch Zwitserland met zijn spectaculaire rotsen, dat dit mooie landschap opeens ‘gewoontjes’ aandoet, ook al is het vergeleken met Nederland nog steeds heel bijzonder. Daarnaast ben ik moe en zo tegen het einde heb ik het wel een beetje gehad. Ik heb een vervelende blaar op de bal van mijn linkervoet en zo’n skihelling op 90 km is niet grappig. Ook aan de laatste twee kilometer lijkt geen einde te komen. We weten dat we alweer vlak bij de hut moeten zijn, maar kronkelen toch nog heen en weer door het bos om nog een laatste heuveltje mee te pakken. Uiteindelijk verschijnt de hut dan toch om een bocht. Héhé, eindelijk. Het laatste stuk is het tempo weer wat omhoog gegaan, want in totaal hebben we zo’n 21 uur over deze 100 km gedaan. Gezien de route valt dat nog best mee. En dat is maar goed ook, want over 1,5 uur gaat mijn trein terug Dresden, waar ik kan overstappen op de slaaptrein naar Nederland. Nog eventjes wakker blijven dus.