Elfstedenwandeltocht

Op ontdekkingsreis door Friesland (2011)

Dag 1 Leeuwarden – Sloten 48,5 km
Een gezellige drukte in theater de Harmonie op deze vroege dinsdagmorgen. Oude bekenden begroeten elkaar en tussen de vele vriendelijke gezichten zie ik ook Joop Wesseling, onze voorzitter. Zijn vrouw Lies loopt mee en hij is hier voor de ondersteuning. Het geroezemoes van de menigte klinkt verwachtingsvol, terwijl de eersten al in de rij staan voor de dranghekken. De burgemeester van Littenseradeel geeft het startschot, we gaan. Ik ben hier met Erik en Isis en omdat Isis niet van het gedrang houdt, kijken we hoe de anderen voor ons in rap tempo vertrekken. Aan de overkant van de stadsgracht lopen de wandelaars langs de schepen aan de kade, van blinkende luxe-jachten tot karakteristieke houten tweemasters. Uiteindelijk vertrekken wij dan ook. Al na een paar honderd meter moeten we stilhouden: de brug gaat open om de slaapschepen door te laten die alvast naar Sloten varen. Ik grijp de gelegenheid aan om het eerste steentje van de dag uit mijn rechterschoen te plukken. Wanneer de slagbomen weer opengaan, is de mensenmassa voor ons uit het zicht verdwenen. Over een industrieterreintje lopen we de stad uit. Het miezert en omdat het er niet naar uitziet dat het binnenkort weer droog zal worden, trek ik mijn poncho aan. Toch is het niet koud. Het is heerlijk wandelweer en ik verheug me op de dagen die nog voor me liggen. Algauw kan ik het iets lagere tempo van Erik en Isis niet meer volhouden en speer vooruit. Een van de eersten die ik inhaal is Rob Faltin, die ik al een paar jaar niet meer heb gezien. De lange afstanden vallen hem tegenwoordig wat moeilijker en hij heeft een vriendin, waardoor hij op zoek wil gaan naar een sport die minder tijd in beslag neemt en minder belastend is. Hij heeft kleine blauwe trompet bij zich. Wanneer we in Littenseradeel een Sultana krijgen uitgereikt, blijft hij even staan om het Friese volkslied te spelen.

De route voert ons over fietspaden door het weidse landschap. Normaal gesproken niet mijn favoriete omgeving, want ik hou van bos en een verrassingen om elke bocht, maar gek genoeg deert het me niet. Een paar jaar geleden heb ik ook twee dagen meegelopen, voor ik uitviel wegens een blessure. Toen vond ik er niets aan. Blijkbaar was ik niet in de goede stemming, want dit keer vermaak ik me prima. Rechts van de weg staat een toren uit de 12e eeuw op een terp, met enkel een klein bordje als wegwijzer. Geen uitleg en ik heb geen zin om van de route af te wijken om de toren van dichtbij te gaan bekijken. Langzaam wordt de regen minder en uiteindelijk wordt het droog. Als ook nog de zon doorkomt, wordt het helemaal een fijne dag. Vlak voor me zie ik Fokko een foto maken van een zwaan op haar nest, hoewel hij er daarna met zijn wandelmaat weer een behoorlijk tempo op nahoudt. Ik haal ze in en we kletsen even, maar in Scharnegoutum wordt mijn aandacht getrokken door een beeld bij de brug over de Zwette en verlies ik de twee weer uit het oog. Het beeld is van een groepje nonnen, ter herinnering aan het klooster dat van 1233 tot 1580 in de buurt heeft gestaan. Vandaar is het nog maar een klein stukje naar Sneek, dat in 1456 stadsrechten kreeg en de eerste van de elf steden is waar de beroemde schaatsmarathon langs voert. Langs de groene oevers van de Zwette lopen we de stad binnen, waar ik van Jan Terpstra een stel Sunny-veters koop voor het goede doel. In het centrum is er soep, aangeboden door de gemeente Sud-West Fryslân. Ik blijf maar kort zitten en maak een praatje met de andere wandelaars. Vandaag is de langste afstand en daarom ga ik snel door. Toch blijf ik bij de beroemde Waterpoort van Sneek even staan. Wat een schitterend gebouw. De brug overspant het water tussen De Kolk en de stadsgracht en zowel de torens als de bogen en pilaren zijn erg indrukwekkend.

Verder gaan we en we laten Sneek achter ons. Bij de geheime controle krijgen we een typisch Friese lekkernij: de houtsnip. De sandwich van beschuit, kaas en roggebrood is onverwacht lekker. Langs de Geeuw wandelen we richting IJlst en vlak voor we het dorp binnenlopen, komen we langs een molen die op een zwart, vierkant gebouw rust. Een constructie die ik nog niet eerder heb gezien. Feestelijke banieren aan de zijkant van het gebouw verkondigen dat het gaat om de precies 300-jaar oude houtzaagmolen De Rat, aan het riviertje De Geeuw, dat IJlst met Sneek verbindt. Aan de achterzijde van de molen ligt een meertje vol boomstammen klaar om via de schuine helling de molen in te worden getrokken. Erg bijzonder. In het centrum van IJlst is er weer een korte rust, waar ik mijn tweede Elfstedenstempeltje haal, maar ik heb geen zin om in mijn eentje te gaan zitten en loop door. Een smalle gracht doorsnijdt het centrum en de oevers zijn door heggen in nette vakjes verdeeld, erg mooi. We verlaten IJlst voor een klein stukje fietspad zonder pijlen. Er lopen echter nog genoeg wandelaars voor me en ik vertrouw erop dat ze weten wat ze doen. We blijven in de buurt van het water en schippers worden gewaarschuwd dat de Geeuwbrug niet opent voor zeilboten. De brug is echter al in 2007 vervangen door het ‘Jeltesleatakwadukt’. Ik heb nog nooit gehoord van een beroemde Fries die Jelte Sleat heet en bedenk pas later dat de vertaling waarschijnlijk gewoon ‘Jeltesloot’ moet zijn. Het is nu nog een lang, recht stuk door Hommerts naar boer Bouma en Sloten, het eindpunt voor deze eerste dag. Gelukkig heb ik aangehaakt bij een andere Zwollenaar, Koen en al kletsend vliegen de kilomters voorbij. Bij boer Bouma duiken we het weiland in, een graspad dat ons vrij rechtstreeks naar Sloten brengt, de kleinste van de Friese elf steden. Het dorp is in de 13e eeuw ontstaan op een kruising van twee belangrijke wegen: de waterweg van Sneek naar de Zuiderzee en de landweg van Duitsland naar Stavoren. De omwalling en waterpoorten van deze door Menno van Cohoorn ontworpen vesting zijn nog intact en het is prachtig. In het gezellige centrum is het eindpunt van deze eerste dag. Koen gaat terug naar de boot en wanneer Erik en Isis er zijn, strijken we met een ijsje neer op een bankje langs het water van de gracht die ook dit dorp in tweeën deelt. Even later krijgen we gezelschap van een andere Erik en wel een heel bijzondere. Hij heeft de Elfstedentocht namelijk al geschaatst en gefietst en wil nu het speciale brevet halen dat je krijgt als je de Tocht der Tochten ook nog te voet aflegt. Tot mijn verrassing vindt hij de wandeling het zwaarste van de drie disciplines. Op de een of andere manier doet me dat toch weer plezier. Fietsen zou me nog wel lukken, met de nodige training, maar schaatsen kan ik niet. Lopen gaat me echter makkelijk af en ik heb vandaag heerlijk gewandeld. Ik ben nauwelijks moe en kan niet wachten tot morgen.

Dag 2 Sloten – Workum 44,5 km
Koud! De dag in Sloten begint ijzig. Terwijl we wachten op het startschot, zoek ik een plekje in de zon waar het net een paar graden warmer is. De nauwe straatjes vullen zich met wandelaars. De enkele forens die op dit vroege uur naar het werk wil, baant zich voorzichtig een weg door de menigte, tot er even voor zeven uur echt geen doorkomen aan meer is. De burgemeester houdt een praatje, maar omdat de geluidsinstallatie niet werkt, gaan zijn woorden verloren in het geluid van de ongeduldige menigte. Het startschot horen we dan weer wel. We mogen. Dit keer start ik meteen al voorin. De meeste wandelaars lopen op een fietspad, maar omdat mijn tempo net wat hoger ligt, kies ik voor de rand van de weg waar, nog niet veel verkeer is.

In Wijckel staan verkeersregelaars klaar om ons om de kerk te leiden, die het centrum van het dorp is en waar Menno van Coehoorn in een praalgraf ligt. Samen met het verkeer wurmen de wandelaars zich om de bocht. Na Balk lopen we een tijdje langs een kanaal. Verlangend kijk ik naar het bos aan de overkant. Het pad dat ik er zag, buigt echter af naar links, terwijl wij rechtdoor gaan. Inmiddels is de zon goed doorgebroken en is het warm genoeg om mijn jas uit te doen. Aan de overzijde van het kanaal verschijnt een statig wit huis in beeld, de Kippenburg. Waar zou die naam vandaan komen? Dan een verrassing. We draaien het bos in. Een prachtig pad van Staatsbosbeheer, met hoge dennnen en spetters zonlicht op de lichtbruine aarde. De schaduw doet me goed. Vlak voor Oudemirdum komen we weer tevoorschijn. Het centrum wordt flink verbouwd en om de grote containers heen lopen we naar het dorpshuis, waar een leeg terras wacht op de wandelaars. Ik ga er niet zitten, maar loop door. Langs glooiende velden gaan we richting Rijs. Naast het fietspad staat een perfect in tweeën gespleten rots. Een informatiepaneel legt uit dat de uit Zweden afkomstige en bij Kippenburg gevonden steen is gespleten door magma dat in een scheurtje terechtkwam. In Rijs krijgen we een gebakje aangeboden namens de jubilerende elfstedenwandeltocht. Lekker! Dan draaien we een fietspad op, dat in schoonheid niet onderdoet voor Limburg. Het geeft uitzocht op glooiende velden en akkers. Hoezo is Friesland plat? Het bos waar we door lopen, is totaal anders dan het bos eerder deze ochtend. Ranke loofbomen met lage varens ertussen, lentefris groen. Wanneer we het bos uit zijn, stop ik even bij een knooppuntenkaart om me te oriënteren. De blauwe streep in de verte blijkt het IJsselmeer te zijn, waarop we weinig zeilen kunnen bespeuren. Koos van der Made haalt me in en samen lopen we over de dijk verder. Boven een weiland valt een wulp een overvliegende reiger aan. Indrukwekkend, zo’n kleine vogel die een grote jager belaagt. De reiger is niet onder de indruk en vliegt onverstoorbaar door. Voldaan dat de kuikens veilig zijn, keert de wulp terug naar haar nest. Het is nog maar een klein endje naar Laaksum en Stavoren. Tegen mijn principes in is mijn waterflesje leeg. Hoewel ik Stavoren makkerlijk zonder te drinken kan halen, ben ik toch blij wanneer we even voor Stavoren de geheime controle tegenkomen, waar we ook een flesje energiedrank krijgen aangeboden. Uit de berm neem ik een leeg flesje mee naar Stavoren, waar de huizen zijn versierd met rood-gele vlaggen: het stadje bestaat maar liefst 950 jaar! Bij de rust haal ik mijn stempel en zitten we even op een terrasje bij een vrouw die al de eerste dag is uitgevallen. Net als ik een paar jaar geleden, heeft ze een blessure waarvan ze tevergeefs hoopte dat die over was. Nu laat ze zich van post naar post rijden, om alsnog van de heerlijke sfeer te proeven die deze tocht omgeeft. We lopen door, langs de inmiddels bekende vaargeul midden in het dorp (voor een stadsmens als ik een wonderlijk gezicht), naar de haven, waar het Vrouwtje van Stavoren uitziet naar de terugkeer van haar schepen. Aan het eind van de Middeleeuwen verzandde de haven van de vissersstad en leidde het einde van de rijkdom van Stavoren in. Hierop is de legende van het Vrouwtje gebaseerd. Aan de vele deinende masten in de haven te zien, vergaat het de stad tegenwoordig echter niet slecht.

De volgende stop is Molkwerum, waar we een locale specialiteit krijgen aangeboden die zelfs zijn eigen museum heeft: Molkwerumer koeken. Een soort ontbijtkoek of oude wijvenkoek, erg lekker. Jammer alleen dat ik er even later eentje terugvindt in de heg bij een huis in een plastic bekertje. Het bekertje vindt zijn weg naar een vuilnisemmer en Koos en ik delen de koek. We blijven de contouren van het IJsselmeer volgen, op het water wordt het nu iets drukker. Een uurtje verder kuieren we Hindeloopen binnen, met ook al zo’n waterrijk centrum en schitterende oude huizen. De stempels halen wij bij een man en vrouw in Hindelooper klederdracht. Vanwege de warmte zitten ze in de schaduw van een parasol en dat is jammer, want het verhindert ons hun prachtige kleding in het volle licht bewonderen. Na even te hebben gedronken, lopen we een eindje terug en verlaten de stad. Langs een fietspad zie ik op een hoge paal een beeld van een gezette schoonrijdster. De hele tocht zal ik op diverse plaatsen hetzelfde beeld zien. Ik ben nieuwsgierig, maar vind geen uitleg over het wie en waarom.

We eindigen de dag in Workum, waar de sluiswachter juist als wij erover lopen, de sluis wil opendoen voor de schepen die erin liggen. Ik wil een foto maken van de haven met de kerktoren op de achtergrond en dat kan alleen vanaf de sluis zelf. Daarom wacht ik even, terwijl ik een praatje maak met de spraakzame sluiswachter. Koos ziet geen verschil in de waterhoogte in de sluis en de stadsgracht. Toch blijkt het verschil tussen het water van Workum en het IJsselmeer zo’n 35 à 45 cm te zijn, genoeg om de huizen van Workum te laten onderlopen als je de sluisdeuren tegelijk openzet. Wanneer de zeilschepen het IJsselmeer op zijn gevaren en we de sluis weer opmogen, bezorg ik de automobilisten die hebben staan wachten wat overlast door snel mijn foto te nemen. Ze wachten geduldig en daarna volbrengen we de laatste meters naar het centrum. Daar is het supergezellig. Er zijn meer dan genoeg terrasjes, een prachtig handbediend draaiorgel speelt en een bekend yoghurtmerk deelt grote bekers uit, helaas zonder lepel. Ik heb best trek, dus wanneer ik de meeste yoghurt heb opgedronken, vis ik de rest er lekker uit op de ouderwetse manier. Het is tenslotte vakantie. Met een grote ploeg vrienden strijken we neer bij een leeg tafeltje en confisqueren her en der nog wat extra stoelen. Wanneer de anderen een eind aan de dag breien, ontdekt Isis het Jopie Huismanmuseum op de hoek van het plein. Ik ken de in Workum geboren schilder van naam, maar kan me geen van zijn werken voor de geest halen. Alledrie hebben we onze museumjaarkaart bij ons en dus laat ik me met frisse tegenzin meeslepen naar het museum. Achteraf ben ik er blij om. De landschappen en absurdistische portretten doen me niet zoveel, maar de minutieus nageschilderde lompen zijn fantastisch. Je moet echt even met je ogen knipperen om te zien dat je de gebreide sokken níet echt van de waslijn kunt plukken. Een stel rafelige bruine sloffen met gaten bij de tenen en gruis op de wol is ook al zo springlevend. Heel bijzonder. Morgen eindigen we in Franeker en daar is een museum waar ik me op verheug: het planetarium van Eise Eisinga.

Dag 3 Workum – Franeker 41,5 km
Hemelvaart. Dauwtrappen hoort erbij en vanuit de auto naar Franeker zien we een prachtige zonsopgang terwijl grondmist over de velden golft. Bussen brengen ons terug naar Workum voor de start van deze dag. Alweer houdt een bobo een praatje dat we niet kunnen verstaan. “Het wordt afgelast!” roept een grappenmaker. “Wat, zo vroeg en nu al dronken?” kaats ik terug. Dat vindt de lolbroek dan weer niet leuk en hij maakt enkele nare opmerkingen waar ik me niets van aantrek. We lopen Workum uit en al snel loop ik weer vrij vooraan langs de Trekvaart naar Parrega. Direct valt op dat er vandaag veel mensen langs de route zitten. Privé-verzorging en buurtbewoners die kijken naar het voorbijtrekkende volk. In Parrega speelt een vrouw op haar accordeon. Kort na het lintdorp hoor ik opnieuw accordeon-muziek, maar ik kan niet onmiddelijk ontdekken waar het geluid vandaan komt. Dan kijk ik omhoog. Op het dak van een boerderij zit iemand te spelen, helemaal bovenin op de nok! Wat een lef! Omroep Fryslân maakt opnames en ik maak een foto.

Na 12.5 km komen we aan in Bolsward. Langs het imposante stadhuis uit 1615 lopen we naar de Broerekerk. Deze kerk is een verrassing: het dak is eraf! Een glazen overkapping beschermt het gebouw tegen de elementen. De kerk uit de 13e eeuw werd na de afbraak van het bijbehorende klooster voor verschillende doeleinden gebruikt, waaronder opslag. Tot iemand in 1980 een Molotov-cocktail naar binnengooide, vertelt een van de stempelaarsters. Het glazen dak zorgt in ieder geval voor een indrukwekkend lichtspel op de vloer.

Na het stempelen keren we op onze schreden terug om Bolsward te verlaten. Ik haak aan bij Jannie en Tineke van de Flal en het is erg gezellig. In Schetten krijgen we een lekker stukje kaas aangeboden dat ik me goed laat smaken. Het is windstil en de vele windmolens die Friesland rijk is, staan werkeloos naast de boerderijen die ze normaliter van stroom voorzien. Ook in de lucht is het rustig. Blijkbaar ligt Friesland niet op de route van internationale bestemmingen, want in de helderblauwe lucht is geen vliegtuigstreep te bekennen. Een strakblauwe lucht ben ik helemaal niet meer gewend en ik kijk er verwonderd naar. En dat zonder de hulp van een IJslandse vulkaan!

De route is vlak en landelijk. We krijgen een stukje bos en Jannie waarschuwt dat het ook echt maar een stukje is. Toch geniet ik van de vogels en de lichtvlekken van de zon op het zand. In Arum staan twee meisjes met limonade en cake langs de kant. Van elke wandelaar vragen ze of die hen een kaartje wil sturen en trots laten ze hun plakboek zien, dat al uitpuilt van de ansichtkaarten uit alle windstreken tot in Zweden aan toe.

Na het dorp is er een fietspad vol pasgemaaid gras en dat is erg glad onder onze voeten. Koos van der Maden komt ons achterop en met zijn viertjes gaan we verder. Een verkeersbord wijst naar Achlum, waar mijn werkgever, verzekeringsmaatschappij Achmea, 200 jaar leden werd opgericht door een groep boeren. Andere namen van gehuchten wekken beweging in de lachspieren op, zoals Grauwe Kat en Lollum. Dorpjes liggen dicht op elkaar vandaag. Al een paar kilometer verder zijn we in Kimswerd en vandaar in een mum van tijd in Harlingen. We stempelen af in partycentrum Trebol. In het raam staat een foto van een oude Elfstedentocht. De twee witte bruggen van Harlingen staan vol mensen, die de schaatsers aanmoedigen.

Jannie weet een viszaak en heeft trek in wat kibbeling. Die lust ik ook wel, want ik heb nog niet gerust vandaag. Koos heeft de gewoonte om op donderdag een visje te eten en ziet het plan ook wel zitten. Dus doorkruisen we de stad zonder te stoppen, werpen een korte blik op de waddenzee als we wachten voor de geopende brug en verlaten de route om de viszaak te zoeken die Jannie vorig jaar heeft bezocht. Dit keer kunnen we echter alleen een versleten bord vinden, de zaak zelf is leeg. Daarom eten we onze broodjes al lopend op en kuieren verder langs het parkeerterrein voor vakantiegangers naar Vlieland en Terschelling. Ik begin mijn linkerenkel te voelen, die nog niet helemaal hersteld is nadat ik tijdens de Ronde van Zuid-Limburg in een gat ben gestapt, en heb nu toch wel behoefte aan rust. Gelukkig staat Anneke, een kennis van Jannie, bij Herbayum met cola en cake. Vooral de cola doet me goed en de laatste kilometers vliegen onder mijn voeten door. Franeker is gelukkig niet ver meer. Het dorpsplein is gezellig, al is de DJ iets te enthousiast met het draaien aan de volumeknop. Wanneer Erik en Isis ook binnenkomen, gaan Erik, Koos en ik naar het planetarium, terwijl Isis in het naastgelegen café uitrust van de inspanningen van deze dag. Terwijl een groep Duitse toeristen uitleg krijgt over het oudste nog werkende planetarium ter wereld, bekijken wij de rest van het woonhuis, waar Eise Eisinga als wolkammer werkte. In zijn werkkamer liggen, behalve gekleurde strengen wol, ook de wiskundige geschriften waaruit Eisinga wiskunde leerde en een exemplaar van het wiskundeboek dat hijzelf schreef op 16-jarige leeftijd. Op de bovenverdieping is er een uitgebreide collectie klokken, zonnewijzers, telescopen en kompassen, waarvan sommigen van schitterend bewerkt ivoor. Algauw is de groep Duitsers klaar en mogen wij het planetarium bewonderen. Fotograferen mag tot mijn spijt echter niet. Afgezien van de schijnbaar onbeweeglijke hemellichamen is het echt een woonkamer, met een kleine bedstee, een kast vol serviesgoed en schilderijtjes aan de muur. Het planetarium dat naar beneden hangt vanaf het blauwgroene plafond is echter een wonder. Te bedenken dat iemand dat zonder hulp van rekenmachine en computers heeft uitgedacht, zo nauwkeurig dat het nog steeds de juiste datum en de juiste stand van de maan aangeeft. Zelfs het tijdstip waarop de zon opkomt, klopt nog. Een vrijwilligster van het planetarium legt uit dat Eisinga het planetarium ontwierp, omdat een dominee in 1774 in Friesland voor grote paniek zorgde door te voorspellen dat de aarde zou vergaan vanwege een bepaalde planeetstand. Door zijn planetarium kon Eisinga de mensen onderwijzen en geruststellen. Boven de bestee heeft Eisinga ook een afbeelding van de sterrenhemel gemaakt zoals de gemiddelde leek die zag: Franeker als middelpunt van de wereld, waaromheen de zon en alle planeten draaien.

Het is een indrukwekkende ervaring. Zonder de Elfstedenwandeltocht was ik nooit in Franeker geweest en had ik dit niet meegekregen. Wandelen alleen al brengt me zoveel plezier en dit is wel een hele mooie bonus!

Dag 4 Franeker-Dokkum 45 km
In Franeker vult het Raadhuisplein zich met wandelaars. Vanaf het bordes van het stadhuis neem ik een foto van de menigte en zwaai naar Jannie en Tineke, die ik tussen de mensen ontdek. Even later staat op datzelfde bordes de burgemeester, die dit keer verstaanbaar de wandelaars toespreekt. Wanneer hij ons wegschiet, lopen de wandelaars voor het planetarium langs de grachten van Franeker. De route is landelijk vandaag, maar gelukkig volgen de dorpjes elkaar snel op. Van Schalsum, Peins en Ried lopen we naar Minnertsga. In het begin loop ik met Jannie’s clubje op, maar na een toiletbezoek tref ik Isis en Erik in de rij en gaan we samen verder. Vlak voor Reid lopen in de weides grote groepen paarden. Door de ruimte die ze hebben, kunnen ze zich ook echt als kudde gedragen en rennen vrolijk in formatie van het ene eind van het veld naar het andere. Eén is duidelijk een raspaard en rent met sierlijke trippelpassen door het gras. In Reid zelf zorgt een man met een antiek draaiorgel voor muziek. In Sint Jacobaparochie concludeer ik dat de Friezen toch wel erg lui zijn. Waar wij een hele mond vol moeten uitspreken, houden zij het eenvoudig op Sint Jabik. Ook St. Annaparochie wordt simpelweg afgekort tot Sint Anne. Bij de kerk passeren we een beeld van Rembrandt en Saskia Uylenburgh. Het blijkt dat de beroemde schilder hier in 1634 is getrouwd. Halverwege het centrum van het dorp houden we even pauze. Terwijl Isis in het Engels de langverwachte reis naar Alaska boekt, haal ik bij de warme bakker wat gevulde koeken. We genieten van de zon en de wandelaars die voorbij komen. Vlak na Vrouwbuurstermolen komen we Anne tegen, die een beetje sjachrijnig is. Vanwege de jubileumeditie is de route aangepast en Anne vindt de oorspronkelijke route vele malen mooier. Vlak na het buurtschap komen we de resten van een spoorwegovergang tegen: de in 1902 geopende spoorlijn Stiens-Harlingen.

Aan de horizon kunnen we nu de Achmea-toren van Leeuwarden zien, tergend dichtbij. We draaien echter van Leeuwarden weg, om de Finkumervaart te volgen naar wellicht het bekendste elfstedendorp: Bartlehiem. De verwachtingen worden niet helemaal waar gemaakt. Ongetwijfeld is het hier fantastisch wanneer er een schaatstocht aan de gang is, maar het dorp met 70 inwoners is nu wel érg rustig. Alleen op het water is wat beweging te bespeuren, wanneer bootjes zich richting Dokkum haasten. Ook het beroemde bruggetje draagt niet bij aan de sfeerbeleving. Het is een simpel houten geval, niet erg indrukwekkend.

Even verderop verbreedt het smalle fietspad zich tot een weg, waar een geheime controle en een rust is. Koos heeft een stoel voor me vrijgehouden, maar ik volg Erik en Isis naar een paar stoelen in de schaduw van een caravan, waar Koos zich algauw ook neervlijdt. De caravan hoort bij een stel vrolijke radiopiraten die onder de naam Frieske Fjouwer aanstekelijke muziek de ether inslingeren. Met een stelletje wandelaars zijn ze maar al te blij. Wanneer ze Koos en Erik horen praten over een onderzoek naar pijn in de voorvoet, houden ze Erik een microfoon onder de neus om uitleg te geven. Koos doet inderdaad mee aan het onderzoek, maar heeft behoorlijk last van de steunzolen die hij heeft gekregen. Over het fietspad langs de Dokummer Ee trekken we verder. Het is maar goed dat het nu flink waait, bedenk ik me, want in de luwtes van de schaarse boerderijen is het knap heet. De wind houdt de temperatuur in bedwang en brengt de vermoeide wandelaar tenminste nog enige verlichting. In Birdaard komen we opnieuw langs een houtzaagmolen, de Zwaluw, maar deze is minder indrukwekkend dan De Rat. Een dorpje verder, in Sijbrandahus, ontdekken we Joop op een terras, maar het lijkt ons verstandiger om in een keer door te stomen naar de finish. Dat in één keer lukt niet helemaal. Wanneer we Dokkum naderen, ploft Isis neer in een stoel die buiten een woonwinkel staat. Toch vindt ze energie voor de laatste kilometer en loopt ze amper een paar minuten na ons het centrum van Dokkum binnen, waar de finish groot wordt gevierd. Alle terrasjes zijn bezet, maar een zijstraatje verder is er van de drukte niets te merken. Met een ijsje vieren we deze geslaagde dag.

Dag 5 Dokkum – Leeuwarden 27 km
De dag begint met een spontane uitvoering van het Friese volkslied, aangespoord door Rob op zijn trompet. Na het startschot lopen we een lange, rechte weg tussen de weiden, waar de veldleeuwerikken zingen. Ik loop behoorlijk door, maar besluit in Aldtsjerk op Erik en Isis te wachten. Tenslotte hebben we elkaar deze week lang niet vaak genoeg gezien naar mijn zin, want als we terugkomen op de camping bij Sneek, hebben we nog net genoeg energie om te koken en af te wassen, voor we gaan slapen. Isis heeft nu zelf ook de steunzolen aan voor het onderzoek naar de voorvoet, maar besluit haar oude zolen weer in te doen. Ze voelt het verschil onmiddellijk en de steunzolen zaten prettiger, is het voorzichtige oordeel. Kort daarna passeren we een landgoed, de Stania State. Vooral het prachtig slingerende meer dat het oog naar het landhuis voert, trekt mijn aandacht. Aan de horizon verschijnt nu opnieuw Leeuwarden, nog vaag en ver. Vlak na Gytsjerk is er dan een eerste hoogtepunt van deze dag: het Elfstedenbruggetje, oftewel het Elfstedenmonument It sil heve. Dit zijn de woorden waarmee in 1985 de Elfstedentocht werd aangekondigd. Van dichtbij zijn het talloze portretten van mensen die de Elfstedentocht hebben uitgereden, van een afstandje is het een rij schaatsers. Zo vormt deze brug een ware triomfboog voor de schaatsers van toen en ik kan me voorstellen dat als er ooit weer een tocht wordt gehouden, het een plezier zal zijn om hier onderdoor te schaatsen, vooral ook omdat het de laatste brug is voor Leeuwarden. Volgens het informatiebord is er ook een tegel voor W.A. van Buuren, maar ondanks de aanwijzing kan ik hem niet vinden. Ik blijf een tijdje bij de brug hangen en raak daardoor Erik en Isis uit het oog. Uiteindelijk ga ik verder, al zou ik hier wel een hele dag kunnen blijven kijken naar de intrigerende portretten. Ondertussen passeren op de weg de eerste oldtimers die ook de Elfstedentocht rijden. Een antieke brandweerwagen en zelfs een oude gevangeniswagen met een ijzeren kooi achterop. Jammer genoeg staan er bomen tussen de weg en het fietspad, waardoor ik hooguit een glimp van de wagens kan opvangen. Bij het kruispunt passeert een grappig oud sportwagentje en even verderop staan twee indrukwekkende bolides langs de kant, geflankeerd door een helgele ANWB-wagen. Pech! Van de ene wagen is de motorkap open en er wordt druk aan de motor gesleuteld. De chauffeur is ondanks de hitte gekleed in een winterjas. Met 80 km p/u is het in deze wind best koud. Lekkum en Snakkeburen scheiden me nog van de finish. Mijn enkel begint inmiddels aardig te zeuren en de pijnscheuten stralen uit naar mijn scheenbeen. Oeps! In een rustig tempo kuier ik naar Leeuwarden. Tegen de tijd dat ik in het Prinsenpark ben aangekomen, heb ik er wel genoeg van. Toch doet de finish me goed. De laatste stempel wordt gezet en ik neem het tere kruisje in ontvangst. Het zit erop.