Dublin Mountains Way

Dublin mountains way
Prachtige natuur op een steenworp van de grote stad

Shankill is een voorstad van Dublin en de hoofdstraat is op vrijdagochtend druk met forenzen en bussen op weg naar het centrum. Zo dichtbij is de grote stad dus. En dan hier een wandelpad? De Ieren vinden van wel en hebben met de 47 km-lange Dublin Mountains Way een prachtig pad in hun achtertuin.

Dag 1 Shankill – Cruagh 30 km
Zonder veel ceremonieel begin ik te lopen. Na een paar straten steek ik de snelweg over en weer een paar straten verder is er het eerste grindpad. Er staat ook een klein, stenen kruis, dat eeuwenoud oogt. Zomaar, langs de heg van een huis. De route stijgt langzaam verder en ik loop tussen naaldbomen en bloeiende brem. Als de bomen wijken, heb ik een prachtig uitzicht op de zee waarover de zon stuitert. De markering is uitstekend, maar ik moet wel opletten, bedenk ik me als ik gedachteloos een geel wandelaartje voorbij loop. Dan is er een pijl naar links die ik volg, hoewel het me verbaast dat ik weer op de zee afloop. Dat betekent dat ik naar het zuiden ga en voor het eindpunt Tallaght moet ik toch echt omhoog, naar het noorden. Toch vind ik het niet erg, want ik loop op twee markante pieken af, waarvan een in rook is gehuld. Dit is teveel voor een boer die afval verbrandt. Misschien een heidebrand, al dan niet gecontroleerd. Bij de volgende kruising zie ik geen markering meer en ik zet mijn gps even aan om te bevestigen wat ik vermoed: ik zit verkeerd. Op de terugweg zie ik een grijze eekhoorn en even later loop ik de foute markering voorbij. Aan de rand van het bos kom ik weer gele wandelaartjes tegen en dit keer gaan ze wel de goede kant op. Al gauw mag ik het brede bospad verlaten en slinger ik de met rotsen bezaaide heuvel op. Het zijn misschien niet de Alpen, maar de stenen benadrukken dat ik wel degelijk in de bergen ben. De markeringen zijn talrijk en verdwalen is onmogelijk. Snel daalt de route weer af, tot ik door een klaphek ga en bij een weg uitkom. Ik volg hem een klein stukje omhoog langs het tankstation. Even later steek ik de weg over naar een ski-baan in aanbouw. Dit is een van de nieuwe stukken DMW, want het grind is vers en het hout van de klaphekjes nog geel van nieuwigheid. Een andere weg die sterk daalt en daarna even hard weer klimt. Hier wel verkeer, maar de Ieren rijden rustig en ik voel me geen moment onveilig. De zee bevindt zich nu aan mijn rechterhand precies waar ik hem verwachtten. Een vrachtschip ligt roerloos te wachten en daarachter strekt een schiereiland zich sierlijk uit in zee. Zo kom ik bij de hoogste pub van Ierland in Glencullen. Hoewel er Keltische muziek klinkt, oogt de pub donker en dicht. Ik loop nog iets door naar Gap, een speeltuin voor volwassen met een groot parcours voor mountainbikers en motorcrossers. Ook hier een café en omdat het zo ongeveer lunchtijd is, stop ik voor een heerlijk koel glas melk. Ik pik ook een banaan mee van de fruitschaal die er staat. Wat een leuk en gezond idee. Terwijl hardlopers en mountainbikers aanschuiven, ga ik weer verder. Ik zie geen gele mannetjes meer, maar Gap heeft een route gemarkeerd en dat is de enige, dus die moet het wel zijn. Toch ga ik aan mezelf twijfelen en als ik aan de bosrand nog steeds geen markering van de DMW zie, loop ik terug om de weg te vragen. Ik zat goed en deze keer stelt het gele mannetje me gerust, tien meter voorbij het punt waar ik ben teruggegaan. Zo af en toe komt er een groepje mountainbikers voorbij en waar de wandelroutes de fietsroute kruist staan duidelijke waarschuwingsborden. Nadat ik uit het bos tevoorschijn kom, volgt er een lange brandweg naar Three rocks, een heuvel met een prachtige uitzicht op Dublin en, niet heel verrassend, drie grote rotsen. Maar ook vier grote masten vol satellietschotels en terwijl ik langsloop wordt er nog weer een nieuwe omhoog gehesen. Ik snap het, maar jammer is het wel. Ik sla af naar een boomloze heuvel, een bruin tapijt van heide, niet overwoekerd door gras of uitgezaaide dennen. Dit is gezonde heide, het soort heide waar ik een korhoen verwacht. En verdraaid, ik heb het nog niet gedacht of een bruine hen loopt voor me op het pad en vliegt even later weg zonder enig geluid. Van rechts komt nu even de Wicklow way erbij en daarop loopt John uit Dublin. Hij zou de tocht eigenlijk met zijn drie broers lopen, naar alledrie hebben ze afgezegd, zodat hij nu alleen op weg is naar Knockaree. John loopt snel, maar het is gezellig en ik maak even geen foto’s. Over een paar dagen loop ik hier tenslotte weer. Bij de routesplitsing nemen we afscheid. Dat hier veel wordt gewandeld blijkt duidelijk uit de hoeveelheid zwerfafval, de wikkel van een chocoladereep hier een plastic boterhamzakje daar. Zelfs een drinkfles in de takken van een dennenboom. Ik neem mee wat ik kan, maar moet helaas ook veel laten liggen. Een volgende heuvel, een nieuwe attractie: een prehistorische graftombe. De ronde grafkamer mist de deksteen, maar het blijft een indrukwekkend gezicht. Ik daal af en kom langs een klimbos, waar verschillende groepen op grote hoogte capriolen uithalen. Ondertussen is het na 16.00 uur en ik ben met een paar onderbrekingen al vanaf 08.00 uur aan de wandel. Ik zie verschillende plekken waar ik met alle plezier mijn tent neer zou zetten, maar wildkamperen is niet toegestaan, weet ik. Nog een heuvel, beloof ik mezelf. Daarna stop ik bij de eerste de beste boerderij. De heuvel is niet zwaar en hoog en al snel sta ik weer op een asfaltweg. Ik klim, maar als de route het bos weer induikt, ben ik klaar voor vandaag. Ik loop door tot twee huizen. Bij de eerste wordt niet opengedaan en bij de tweede is niemand thuis. Als ik terugloop zie ik bij het eerste huis een vrouw met een kind. Het blijken niet de eigenaren te zijn en daarom durven ze me geen veld achter het huis aan te bieden. Maar ze wijzen me wel op een parkeerplaats waar ze vaker tenten hebben zien staan. Ik loop een eindje terug en vind de parkeerplaats zonder moeite. Twee vrouwen raden me aan een beschut plekje te zoeken, omdat hangjongeren de park soms ook gebruiken. Ik volg hun raad op en zet mijn tentje een eindje in het bos op. Toch wildkamperen. En dan, heb ik me hier nu de hele dag zorgen over gemaakt?

Dag 2 Cruagh wood – Tallaght 17 km
Ik word vroeg wakker en alweer hangt er een stralende zon voorbij de bomenrand. Ik blijf nog even liggen, luisterend naar de vogels. Dan pak ik mijn spullen en begin te lopen. Al gauw ben ik terug op de route en na een kort stuk weg is er het bos Killakee. Hier is onlangs geoogst en de nieuwe generatie bomen staat al klaar in hun plastic kokers. Het geluid van een koekoek echoot over het jonge bos. Ik kom uit op een weg en volg die redelijk steil naar beneden. Een boomleeuwerik poseert op een gele brem en ik ben blij. Bij Piperstown sla ik af. Van een stad is geen sprake, alleen een bescheiden verzameling huizen en verspreide boerderijen. Het uitzicht op de heuvels aan de andere kant van Glenasmole is genieten, maar de route is niet heel bijzonder meer, op een rouwkwikstaart na, donkerder dan de grijze exemplaren die we in Nederland het meest zien. Pas voorbij Castlekelly bridge verlaat ik het asfalt weer om langs Bohernabreena reservoir te lopen. De schaduw van de struiken is welkom en even later het graspad over de dam. Heerlijk zacht aan mijn voeten. Eenmaal voorbij het reservoir steek ik de weg over naar Kiltipper park, waarvan ik alleen kan zeggen dat het groen is. Het laatste groen voor ik de buitenwijken van Tallaght bereik. Twee saaie stadsparken later bereik ik het eind van de Dublin Mountains Way: een bord op een parkeerplaats tegenover een kinderboerderij. Al even onceremonieel als ik het pad begon, sluit ik het nu weer af. Een aardig pad, vooral de eerste dag maakt hem de moeite waard.