Denemarken

Schitterend SmØrumnedre (2008)

Wie denkt dat Denemarken plat is, komt in het gebied rond SmØrumnedre bedrogen uit. Het is een  glooiend landschap met af en toe een geinig heuveltje. Het is ook de plaats waar de enige 100 km van Denemarken wordt gelopen, zowat helemaal in daglicht.

Het is 6 uur ’s ochtends als we met 93 man van start gaan vanuit de school aan de rand van het dorp. Anderhalve straat verder zitten we al midden tussen de velden, waarboven een kiekendief zweeft. Een grindpad voert ons naar een donker bos met indrukwekkend oude bomen. Hier worden de plastic pijlen en ondersteuningslinten vervangen door strookjes van paars papier. Het plaatselijk wild wil namelijk nog wel eens een pijltje oppeuzelen en met papier kan dat geen kwaad. Met een groepje van zeven man loop ik voorop. Niet dat wij nou zo hard gaan, de rusten zijn afgestemd op een tempo van 4,2 tot 6,5 km/u. De eerste rust gaat net open als we aankomen, maar voor de tweede zijn we te vroeg en moeten we even wachten.  Hierna besluit ik het wat rustiger aan te doen. En waarom ook niet, de omgeving is schitterend. Er zijn een paar smalle paadjes langs de FuresØ, een gigantisch meer waarop een eenzame kanovaarder peddelt. Hooi ligt te drogen op houten staketsels, kleine bruggen met schilden van bladgoud, kleurrijke boerderijen.  Een thermometer wijst 24 graden aan en is het nog niet eens middag.

De lunch bestaat uit rode kool met kleine gehaktballetjes en een ei, maar gelukkig ook gewone boterhammen met kaas. Na deze rust haak ik aan bij Flemming Nielsen, een oude bekende van Euraudax, die goed Engels spreekt. Met zijn bedrijfje verzorgt hij vuurwerk bij grote evenementen en over drie weken staat hij in de finale van de Deense kampioenschappen. Ben benieuwd! Het is gezellig en de tijd vliegt voorbij. Na de eerste lus van 64 komen we terug bij de school waar we vanochtend vroeg zijn gestart. We mogen pas over anderhalf uur verder, dus ik besluit even kort te douchen voor het avondeten. Het is heerlijk verfrissend en wanneer we verder gaan is het gelukkig wat koeler. De tweede lus van 35 km is wat saaier. Het landschap is nog steeds fraai, maar de wegen zijn lang en recht. Een bewuste keuze, legt marsleider SØren later uit, om het de vermoeide wandelaar wat makkelijker te maken zijn weg te vinden in het donker. Want hoe snel we ook lopen, de laatste 10 km leggen we toch in de nacht af, waarbij we velden doorkruisen met een prachtige sterrenhemel erboven. Een lamp is nu zeker nodig om de pijlen ontdekken, die zijn voorzien van reflecterende stickers. Bij de laatste rust horen we dat er 16 man heeft moeten opgeven, behoorlijk wat. Maar ja, er zijn nu eenmaal niet zoveel 100 km’s in Denemarken, dus voor veel van de mensen die uitvielen was dit de eerste keer. Toch ben ook ik blij wanneer het erop zit. Zelfs ’s nachts blijft de temperatuur behoorlijk hoog.

Eigenlijk is alles aan deze tocht perfect. Prachtig landschap, zeer regelmatige rusten met goede verzorging (eten en ranja gratis, frisdrank en bier tegen geringe betaling), de bepijling is vrijwel waterdicht en volgend jaar is er vast ook een Engelse routebeschrijving beschikbaar. Het tempo ligt laag, zodat ook mensen die zich normaal gesproken niet aan een 100 km zouden wagen, dit aankunnen en het is grotendeels overdag! Aangezien slaapgebrek mijn grootste probleem is, vind ik dit ideaal. Verbazingwekkend dus dat er zich maar twee Nederlanders hebben ingeschreven. Het enige minpuntje (voor mij) is de afstand naar Denemarken. Met de trein doe je er algauw veertien uur over omdat we omrijden via Duitsland. Een auto gaat veel sneller.