Cannibal Cave Trail

Cannibal Cave Trail + Mushroom Trail: op avontuur in Zuid-Afrika: (2017)

Soms zijn het juist de dingen die je niet had gepland, die een vakantie de moeite waard maken. Na twee dagen ziekenhuis vanwege een gebroken pols, jeuken mijn voeten om weer te gaan wandelen. Namibië gaat niet door, maar Zuid-Afrika heeft ook talloze trails. Eén ervan, de Cannibal Cave Trail, is een van de mooiste die ik ooit heb gelopen.

We vertrekken in het donker uit Johannesburg en terwijl de zon langzaam opkomt, wordt het landschap om ons heen steeds fraaier. Nadat we de sloppenwijken met golfplaten huisjes achter ons hebben gelaten, wordt het landschap leeg en wijds. Uiteindelijk verschijnen er heuvels en zelfs bergen. Even buiten Clarens is een oud landhuis onze bestemming. Ernaast is een werkende boerderij en achter een van de bijgebouwen begint de Cannibal Cave Trail. Officieel staan er twee dagen voor, maar vol zelfvertrouwen doen wij het in één. Het is tenslotte maar 16 kilometer. Zelfs in Zwitserland deed ik die afstand in minder dan 1 dag. Het pad is gemarkeerd met witte voetjes en meteen vanaf de eerste meter is het spectaculair mooi. We lopen dwars over de rotsen tot onder aan een zandstenen wand die boven ons omkrult. Het dak van de rots ziet eruit alsof er scherfjes van zijn afgebikt en in de kommetjes die overblijven geven restjes klei aan waar zwaluwen hun nest hebben gebouwd. Even verderop heeft de rotswand rode en zwarte banen en ik zou willen dat ik de geschiedenis van de aarde eraan af kon lezen. We lopen door lage struiken langs een diepe kloof, gevuld met het groen in de wijde omgeving. Aan het eind van de kloof buigen de wanden van de kloof naar elkaar toe, tot de rotsen een flinke overkapping vormen waarin je zeker droog blijft tijdens een storm. Precies op het eind van de kloof is een rotsformatie die Batwing Falls heet. In deze droge periode, zo vlak voor de regens, sijpelt er maar een klein, slijmerig stroompje water over de rotsen, maar de rotsen zijn gladgeslepen door de beek die hier elke lente volop stroomt. We klimmen, dalen en draaien dat het een lieve lust is. Met elke stap verandert het uitzicht en ik geniet met volle teugen. Mijn linkerarm zit in een sling en ik moet het met één trekkingpole doen, maar het gaat prima. Eén rustdag na de operatie was meer dan genoeg. We komen bij een meertje waarin je uitstekend zou kunnen zwemmen. Ook steken we een beekje over. Ik proef het water, heerlijk. De ene kloof volgt de andere op. De zwartgeblakerde stam van een boom steekt hoog boven het groen uit, een teken dat het onweer hier niet zonder risico is. Dan klimmen we de kloof uit en bereiken een grote grasvlakte. In de verte zien we een groepje huizen. Gelukkig dalen we dan alweer naar de volgende kloof. Zo komen we al vrij vroeg in de middag bij Mike’s Cave, waar we lunchen. Volgens de legende liepen hier in 1800 kannibalen rond die zich tegoed deden aan de mensen die in de grot overnachtten. Wij komen echter niemand tegen en genieten van de rust en stilte om ons heen Je kunt in deze grot inderdaad overnachten en hoewel het heel primitief en avontuurlijk oogt, staat er onderaan de helling gewoon een toiletgebouwtje. De grond is bedekt met enorme lappen wit plastic waarop matrassen worden gelegd als iemand hier wil overnachten. Dit oogt niet erg aantrekkelijk en we knabbelen op onze hardkeks met uitzicht op de natuur die zich voor ons uitstrekt. Daardoor missen we wel de San rotskunst die hier ergens verborgen moet zijn. We gaan verder en volgen de rand van de vallei. Voor we het in de gaten hebben zijn we alweer flink gestegen en lopen we boven de struiken. Als we weer de top van een heuvel bereiken en over de kale rotsen bovenlangs een kloof lopen, gaan we iets te ver door en raken de route kwijt. Even teruglopen en dan zien we in de diepte weer een wit voetje dat ons de weg wijst. Door een bos dalen we af en even later lopen we langs een smalle beek die naar een wel heel bijzondere rotsformatie leidt. Het lijkt wel een kleine paddestoel en met de bergen op de achtergrond is dit een plaatje dat zó op een kalender kan. Even later bereiken we de grindweg die we naar het landhuis terug kunnen volgen. Niet bepaald een passend eind van deze spectaculaire dag. Gelukkig komen we een bordje tegen dat naar de Mushroom Rock wijst. Dat kan nooit ver weg zijn, doen! Langs een flinke beek lopen we door het bos en via een hangbrug steken we over. Aan de andere kant is een moeilijk en een makkelijk pad. David, mijn Zuid-Afrikaanse wandelmaat, kent me inmiddels goed genoeg om te weten wat ik kies. Moeilijk natuurlijk! Via een helling van kleine, roze steentjes klimmen we een grot in, waar ik vleermuizen hoor piepen. We zien ze helaas niet, of is dat een gelukje? Aan de andere kant dalen we af via een ladder. Dat kost enige moeite met één hand, maar ik geef mijn pole aan David en red het. Even hebben we rust en is het terrein redelijk vlak, maar verderop beginnen we weer te klimmen, tot we een versleten ijzeren trap tegenkomen. Aan het eind ervan verdwijnt het pad in de struiken rond om een enorme rotsformatie. Even begrijpen we niet waarom, tot we ons omdraaien op zoek naar een markering. Pal voor onze snufferd staat de rots die we vanuit de verte zo hebben bewonderd. De enorme rots op een afgeknabbelde steel die in de wijde omgeving beroemd is en zelf zijn eigen toeristische verkeersbord heeft. De Mushroom Rock doet zijn naam eer aan. Geweldig! Ondanks dat deze vakantie niet gaat zoals gepland, voel ik me volkomen tevreden en voldaan. Ik wandel, ik fotografeer en met zulke spectaculaire landschappen om je heen kun je toch niets anders dan gelukkig zijn? Zelf had ik deze plek nooit gevonden of opgezocht. Juist door mijn ongeluk kom ik nu op plekken die ik zelf nooit had vermoed. We keren op onze schreden terug en volgen een karrespoor naar het landhuis, waar onze gastvrouw erg onder de indruk is. Twee trails op één dag is blijkbaar ongehoord, maar ik ben niet moe.

Advertenties