Bossche 100 – 2013

Prachtige Bossche 100 langs de Maas

Dit is een tocht waarvan je nog jaren kunt zeggen: ik was erbij.  Niet omdat hij zo zwaar was, want dat hoort erbij en daarom houden we met z’n allen ook zo van deze tocht. Ook niet vanwege de kou, waar we onder al onze laagjes amper iets van merkten. Maar mooi! Wat is het genieten om ’s nachts door een maanbeschenen sneeuwlandschap te lopen. De 26e Bossche 100 is er een om nooit te vergeten.

Na het praatje van de goedlachse Boetje gaan we op pad. Vijfentwinftig nieuwelingen maar liefst en 88 veteranen. De parkeerplaats is spekglad, maar daarna valt het mee. De eerste kilometers lopen we in kolonne door het centrum van Den Bosch, Boetje voorop. Twee weken geleden ben ik hier ook geweest met de WS en de eerste kilometers zijn vrijwel identiek. De fraaie binnenstad, de tunnel onder het spoor, de grasdijk rond de stad. Hier worden we losgelaten en gaan we er in ons eigen tempo vandoor. Twee weken geleden was de dijk nog één grote glibberbende, nu vinden onze voeten houvast in de sneeuw. Ik heb Yaktrax sneeuwkettingen onder en dat bevalt goed. Ik denk niet na waar ik mijn voeten zet, behalve om de molshopen te ontwijken, en loop zoals ik op een normale zomernacht zou doen. Ik ga niet sneller dan een ander, maar loop wel makkelijker. De omgeving is schitterend. In een achtertuin is nog een boom versierd met kerstlichtjes, in de verte tekent een verlichte bouwkraan zich af tegen de horizon. De sneeuw vangt elk sprankje licht, waardoor de nacht in de schemerstand blijft hangen.

Warm!

Ik had verwacht dat het koud zou zijn en heb meer laagjes aan dan ooit tevoren. Een hemdje, een thermoshirt, een T-shirt en een winterjas. Om mijn benen zitten compressiekousen, een  thermo-  en een trainingsbroek.  Een sjaal houdt de warmte binnen, handschoenen en de gele Bossche 100-muts maken het af. En warm dat ik het heb! De handschoenen gaan al heel snel uit, maar verder durf ik me nog niet uit te kleden. Een zacht windje is lekker verkoelend.Bij een natuurgebied waar de WS zijn soeppost had, scheiden de routes zich. Er is een leuk, smal bospad waar we amper twee voeten naast elkaar kunnen zetten. Ik kom Anita tegen, die helemaal niet van bos houdt en het liefst verhard loopt. Vandaag krijgt ze haar zin, want onder de sneeuw is de grond hard bevroren. Even verderop tref ik haar wandelmaat Roel. Vrijwel tegelijkertijd komen we aan bij de eerste wagenrust. Daar blijkt dat hun beider vriend Ferdinand helaas is uitgevallen door een astma-aanval. Wat zonde! Hij rijdt nu mee van post naar post, tot de eerste treinen weer beginnen te rijden.

Struweel

Ik heb nog niet zo’n behoefte aan eten of drinken en met een paar dropjes in de hand, ga ik verder. Algauw haakt Fokko aan en samen lopen we verder over een pad dat zich rond een plas slingert. Hier is het stukje waarvan Boetje zei dat we moeten opletten, maar er is gelukkig goed gepijld. Bij een boom moeten we een wel heel onduidelijk bospaadje ‘door het struweel’ nemen. Daarna lopen we een paar kilometer langs een kanaal. We zijn in de buurt van een grote stad, maar ik heb geen idee welke. Het is zo helder dat Fokko de routebeschrijving zonder zaklamp kan lezen. Dan komt ook de maan voorzichtig door en wordt het helemaal mooi. Nadat we het gras achter ons hebben gelaten, is er een fietspad langs een industrieterreintje en over een dijk. Gelukkig mogen we daarna de sneeuw weer in, want asfalt is vast niet heel goed voor mijn sneeuwkettingen.

Kruipgat

Bij de tweede wagenrust heb ik ook al geen zin om lang te blijven staan en dus ga ik er zonder Fokko vandoor. We komen in op een bospad, een paar Belgen lopen voor me. Dan worden we teruggeroepen, we zitten verkeerd! Er is een wel heel onduidelijk paadje naar de snelweg toe. Het ‘Kruipgat’ blijkt een woordgrapje van een ambtenaar te zijn, we hoeven niet daadwerkelijk voor Boetje op de knieën. De tunnel onder de snelweg is net hoog genoeg om rechtop te staan, maar het lage plafond doet ons onbewust toch bukken. Aan de overkant mogen we gelukkig na een paar meter het bos weer in. Net buiten Rosmalen mogen we naar links. Al heb ik geen pijl gezien, alle wandelaars voor mij doen het, dus dan zal het vast goed zijn. We klimmen een steil hellinkje op en staan dan aan de rand van een zandvlakte. Dat vermoed ik tenminste, onder de sneeuw. Hier raken we de weg een beetje kwijt, maar gelukkig is er iemand met GPS die ons weer de goede kant op dirigeert. We lopen Rosmalen binnen en in een weiland met een aantal bruggetjes, komt het landschap me opeens bekend voor. Hier zijn we een keer met de WS gestart, in theater Perron 0. Een paar wandelaars bereiken een weg, waar een auto voor hen stopt. Maar dan volgen er meer wandelaars en nog meer. Op zoveel volk had de chauffeur vast niet gerekend en bij een gaatje in het peleton trekt hij snel op.

Discussie

Na het station doorkruisen we Rosmalen naar de caférust in Empel, waar we een heerlijke bak snert en een broodje krijgen. Ik leg mijn hoofd even op tafel en rust wat uit. Op mijn linkerhand ontdek ik twee schrammen en gestold bloed. Vaag herinner ik me een discussie met een braamstruik. De braamstruik won. Na een krap uurtje mogen we verder, de stad uit. We komen over een dijk, waar in het donker een kasteel opdoemt. Daarna lopen we over het gras langs de Maas. Wat een prachtig gezicht is dit, het zwarte silhouet van een boom die langs het water staat, met een versluierde maan erboven. Het is echt genieten. Mensen vragen weleens wat er nou zo leuk is aan ’s nachts wandelen. Er is toch niets te zien? Nou, dit dus.

Waar is het pad?

We steken de Maas over en aan de andere kant mogen we over een vangrail klimmen. Langs het talud slingeren we naar beneden, een volgende dijk op. Deze is aanvankelijk verhard, maar gelukkig krijgen we al snel weer sneeuw. Na alweer een wagenrust dalen we af richting het water. Bij een camping zijn we de route even kwijt, maar met de routebeschrijving in de hand en de gele linten vinden we de weg. Een echt pad is er niet, maar verdwalen in onmogelijk. We banen ons een weg door de sneeuw langs het water en opnieuyw is het geniten van de schitterende omgeving. Na een tijdje mogen we de dijk weer op, waar de boerenkool met worst wacht. Ik lust geen boerenkool om vier uur ’s morgens en in worst heb ik eigenlijk ook geen trek. Ik grijp wat drop en loop door. Welke kant moet ik eigenlijk op? Een vrijwilliger in een auto wijst de weg, het weiland in. Het hek is los, maar te zwaar om te tillen. Gelukkig kan ik er me net langs wurmen. Het pad komt uit bij een akker. Tenminste, ik geloof dat het een akker is. Ik loop nu voorop en da’s niet handig lastig, want is er eigenlijk wel een pad hier? Er zijn nauweljkes voetstappen om me de weg te wijzen en ik slinger door de sneeuw, op zoek naar het platste stukje aarde. Het loopt lastig, in de voren of ernaast. Bandesporen hebben de sneeuw wat geplet en ik probeer ze te volgen. Voor het eerst vannacht heb ik mijn koplamp nodig. Al gauw word ik ingehaald door de snelle jongens en kan ik ze weer op mijn gemak achterna lopen. Er zijn wat hekjes met prikkeldraad die we over moeten en alweer steken we de rivier over. Aan de andere kant van de brug, verrassend snel, staat de volgende wagenrust. Ik sta verbaasd te kijken. Ligt het aan mij of zijn die wagenrusten opeens heel dicht bijelkaar? Ik heb het gevoel dat ik net bij de worst weg ben. De afgelopen twee maanden heb ik wat aan mijn conditie gewerkt en blijkbaar heeft dat resultaat.

Zonsopgang

Na de rust, die ik alweer met een handvol dropjes verlaat, dalen we een trapje af naar de rivier, die we volgen richting Den Bosch. Ik herken de flatgebouwen die als bolle zeilen langs de rivier staan van de laatste etappe van het Maarten van Rossumpad. Ook toen liep ik in het donker. Dit is vermoeiend, zo over ongelijk gras. Ik zie verschillende voetsporen omhoog leiden naar de dijk, waar ik een weg vermoed. Ik heb al een tijdje wat last van mijn rechterknie, daarom besluit ik ze te volgen. Dat ik nog eens de voorkeur zou geven aan asfalt boven gras! Het loopt wel makkelijker daarboven en zelfs van de veeroosters hebben mijn sneeuwkettingen geen last. Bij een volgend veerooster staat een pijl naar links. Oh jee.. het zal toch niet. We moeten de dijk weer af, maar een pad naar beneden is er niet en het is best steil. Maar het is te doen, waarna we weer op het asfalt uitkomen. Er volgen nog wat dijken, waar we getrakteerd worden op een schitterende zonsopgang die de hemel roze kleurt. In het water van een wiel wordt de kleur fraai weerspiegeld. Mijn camera heb ik op de vorige caférust bij me gestoken, onder mijn jas om de accu warm te houden en wat ben ik daar nu blij mee.

Sneeuwkettinen aan gort

Mijn sneeuwkettingen zijn inmiddels flink stuk. Blijkbaar kunnen ze toch niet zo goed tegen asfalt als ik had gedacht, maar ze hebben het 60 km volgehouden en daar ben ik allang blij mee. Het is nog slechts een kort stukje naar de tweede caférust in Drunen als ik besluit me van de sneeuwkettingen te ontdoen. Voor het eerst raken mijn zolen weer het asfalt. Ik merk dat mijn voeten wat stijf zijn geworden en het is even wennen, zo zonder ijzers.

Drunen

Dit komt me bekend voor! Hier zijn we ook gestart met de jubileumtocht van Waalwijk ’82, 110 km in een klaverblad. Binnen maak ik een praatje met Henk, die vanwege zijn slechte knieën waarschijnlijk geen lange afstanden meer zal lopen. Wat lijkt me dat vreselijk, om er zo opeens mee te moeten stoppen, zeker als het niet je eigen keuze is. Hij gaat vandaag nog wel naar Rhoon om daar 10 km te lopen. Ik verzorg mijn voeten, die door de nattigheid flink wat witte plekken vertonen. Een blaar blijkt geen blaar te zijn, maar gewoon wat week eelt. Er komen nog steeds mensen binnen als het al bijna weer tijd is om te gaan. We staan gezamenlijk te trappelen en Boetje kan maar net op tijd fluiten. We zijn weer weg.

Het kan dus wel

Meteen bewijst de Bossche 100 dat je wél op een mooie manier naar de Loonse en Drunense duinen kan. Waar ik na Waalwijk tamelijk teleurgesteld was, vind ik nu vreugde in elke stap. Waarom asfalt, als er gras voorhanden is? Het lint wandelaars strekt zich uit over een dijkje tussen twee sloten. Ik speer naar voren en draai me om voor een foto. “Net de Fyra,” grap ik. “Ik ga heel snel en sta dan stil.” Ik mis mijn sneeuwkettingen wel. Het is niet glad en op de sneeuw kun je goed lopen, maar ik mis dat extra beetje grip dat ze gaven. We gaan een klaphekje door naar een natuurgebiedje waar we om enkele bevroren plasjes heenslingeren. Het is even behoorlijk klimmen naar een dijk langs een kanaal, waar een verbaasde man zijn hond uitlaat. Zoveel wandelaars op de vroege ochtend had hij vast niet verwacht. Hierna bereiken we een recreatiegebied waar al flink wordt hardgelopen. We komen uit bij een zandpad waar Waalwijk ook al een wagenrust had staan. Zoals altijd blijf ik niet lang, maar pak wat dropjes mee om me onderweg mee te amuseren. Nederlandsers eten per jaar zo’n 2 kg drop en volgens mij haal ik dat vandaag wel. Na de wagenrust gaan we langzaam richting Loonse en Drunense duinen. Makkelijk is het niet. Mul zand met daarop zo’n 10 cm sneeuw. Je kunt je voeten niet op een normale manier neerzetten, afzetten is onmogelijk. Je enkels vliegen alle kanten op. En dan ook nog klimmen, dalen. Het lijkt wel alsof ik stroop in mijn benen heb. Ik merk dat ik weinig energie heb, maar moe ben ik niet. Vreemd, ik dacht altijd dat die twee samengingen. Ik ben echter helder en alert, alleen kom ik voor geen meter vooruit.

Nuttige bosarbeid

Dat verandert wanneer ik op de rand van de sneeuwvlakte sta, waarin heidestruiken en vliegdennen domineren. Wat een plaatje! Er wordt flink gewerkt en de grond is aardig overhoop gehaald. Ik kijk de andere kant op, wil de littekens van nuttige bosarbeid niet zien, alleen het resultaat ervan. Toch doe ik er mijn voordeel mee, want de zware machines hebben de sneeuw vermengd met zand, zodat we toch aardig door kunnen stappen. Bij de zevende wagenrust is er rijstepap, maar ik heb liever alleen de krenten. Een half bekertje geeft me genoeg energie om weer even door te gaan. Langs een manege, het bos weer in. Het begint te sneeuwen. Dikke vlokken nestelen zich in mijn haar. Heerlijk. Niet snel, maar gestaag ploeter ik voort. Over mountainbikepaadjes, door sneeuw. Heuveltje op en heuveltje af. Dit is de etappe die ervoor zorgt dat deze 26e Bossche 100 de boeken ingaat als een zware tocht. Eindelijk is daar dan de Rustende Jager, waar buiten onze tassen zijn bedekt met een dun laagje sneeuw. Ik heb nog maar één paar droge sokken en die bewaar ik voor de finish, maar de mueslirepen en graankoekjes zijn meer dan welkom. Een lekker broodje gezond erbij en ik ben weer klaar voor het laatste stuk naar de finish.

Langlaufen

De route blijft ontzettend mooi. Zo mooi zelfs dat ik verkeerd loop, foto’s maken van het landschap in plaats van op de pijlen lettend. Gelukkig worden we teruggeroepen. Ik loop dan even op met Marcel, die ik al een tijdje niet heb gezien. Hij wil het lusje lopen en dus stuur ik hem algauw vooruit. Mijn tempo ligt nog steeds niet hoog, maar ik ben blij dat ik uberhaupt nog vooruit kom. We slingeren door het bos. In de sneeuw zie ik talloze sporen van konijnen, maar ook reeën. Zo nu en dan is onder een boompje de sneeuw weggekrabbeld tot het mos, waarvan een dier heeft gegeten. Een jong stel op langlauflatten komt ons tegemoet. Daarvoor hoef je nu niet naar het buitenland. De omgeving blijft me boeien en dat is maar goed ook, want ik loop al een tijdje alleen. Zo bereik ik de 8e wagenrust. Nog eentje te gaan tot de finish! Hier begint het extra lusje, maar voor mij is de Bossche 100 ook echt 100 km.

Extra wagenrust

Een kilometer verder is een springkussenverhuurder vergeten de fontein in zijn tuin uit te zetten. Of misschien heeft-ie hem wel expres laten spuiten, wetende dat er prachtige ijscreaties zouden ontstaan. Het water heeft een grillige grot om zich heen gevormd, terwijl de druppels in grote ovalen zijn geland. Het is prachtig en ondanks mijn vermoeidheid neem ik even de tijd voor een paar foto’s. Algauw kom ik in Cromvoirt, Boetjes woonplaats, waar bij de plaatselijke super heerlijke geuren opstijgen. Helaas, het is de visboer die naast de supermarkt staat. Maar de manager verwent ons met verse jus d’orange, bananen en halve marsen. Heerlijk, dat kon ik nu net gebruiken.

Go the distance

Verkwikt loop ik verder. Na een tijdje kom ik bij de gevangenis, waar de route het bos weer induikt. Ook hier ben ik twee weken geleden gewest met de WS. Wat ziet het er nu anders uit. Vier snelle lopers, die de lus er ongetijfeld al op hebben zitten, halen me in. Langs het voormalig concentratiekamp tot aan het Drongelens kanaal. Rechts zie ik Paul lopen over een maagdelijk zwart fietspad. Fijn, ze sturen ons niet onderlangs, denk ik opgelucht. Tot ik een pijl naar links zie. We moeten dus onderlangs. Dit keer kies ik niet voor de makkelijkste optie, maar zak af naar beneden, waar onder de sneeuw een graspaadje verborgen ligt. Aan de horizon lonken de flatgebouwen van Den Bosch, zo dichtbij! Ik bereik de laatste wagenrust, waar ik nog wat rozijnen krijg, die over zijn. Op de vraag hoe het gaat, maak ik de inventaris op. Verrassend goed eigenlijk. Ik red het wel. De laatste kilometers zet ik weer even muziek op. Mijn favoriete lied als de finish in zicht is: I can go the distance.