Bossche 100 – 2012

De 25e Bossche 100: ouderwets ploeteren

Hoe krijgen ze dat toch iedere keer voor elkaar bij de Bossche 100? Van die heerlijke paden vinden waar je als wandelaar lekker je tanden in kunt zetten? ‘Modderpad’ is een understatement voor de glijbanen die we ’s nachts trotseren. Mede door de regen van de afgelopen week is deze editie zwaarder dan voorgaande jaren. Maar zoals altijd is deze supertocht erg mooi en een plezier om te lopen.

De 25e Bossche 100. De oprichters van het eerste uur, Annie Gijzel en Theo van der Wijst, kunnen er helaas niet bij zijn. Ze waren al in Den Bosch, maar Theo werd onwel en moest naar het ziekenhuis.  In zijn speech roemt Boetje hen en de bestuursleden die sindsdien aan de Bossche 100 leiding hebben gegeven. Een paar grapjes en mededelingen later mogen we op pad. We verlaten de stad langs het ziekenhuis en een paar bouwplaatsen, waarbij we goed opletten dat we niet over de ijzerplaten struikelen die de stoep vervangen. Je zou maar zo vroeg in de tocht je enkel blesseren! Over een dijk langs een kanaal laten we de lichten van de stad achter ons. Ik loop met Fokko en het gaat lekker. De straten van Vught vliegen onder onze voeten voorbij. Tot aan de eerstse wagenrust is de route, op een enkel paadje na, vrijwel geheel verhard. En dan begint de pret.

Verkeerd

Allereerst komen we een weiland tegen, waarbij we de afrastering volgen en proberen de natte plekken te ontwijken. Dan komt de voorste loper erachter dat we ons aan de verkeerde kant van het prikkeldraad bevinden. We moeten de zwarte aarde van het akker ernaast hebben! Vlak voor een slootje dat de kopman verhindert naar het akker over te steken, duwen we het prikkeldraad omlaag en steken over. Even verderop lopen we weer tegen een sloot aan en aan de overkant lopen de snelle mannen. Op hun aanwijzing volgen we de sloot naar houten bruggetje (waarop tot onze grote opluchting weer een pijl is geniet) en een duiker. Even later hangt er een pijl naar links, maar ik zie enkel een weiland, geen pad. Zoals natuurlijk de bedoeling is, banjereren we dwars over het weiland en kiezen de meest rechtstreekse weg naar de overkant. Het gras staat onder een dun laagje water en tevergeefs proberen we een droog stukje gras te vinden. Gelukkig blijven onze voeten wel droog. We komen uit bij een sluisje over de Rosep. Uiteindelijk veschijnt de tweede wagenrust, waar we genieten van een soepje. We blijven niet lang staan, het gaat veel te lekker. Vrijwel meteen duiken we donkere bospaadjes in. De tijd vliegt voorbij en in een mum van tijd zijn we bij de derde wagenrust. Arie Klootwijk doet erg zijn best om verkeerd te lopen, maar Fokko houdt nauwgezet de routebeschrijving in de gaten en redt ons meerdere keren van een vergissing. In het donker komen we langs de Kampina.

Karikatuur

De eerste caférust is in Moergestel. Na wat te hebben gedronken leg ik mjin hoofd op tafel. Dit is de reden dat ik het lekker vind om in het eerste deel hard te lopen, dan kan ik nu een verfrissend tukkie doen en vaak geeft me dat genoeg energie om de rest van de tocht zonder slaapdip door te komen.  Annie van der Meer en Klaas Bakker hebben de Bossche 100 al 25 x gelopen en krijgen een mooie karikatuur aangeboden. De eerste uitvaller is er ook al, één wandelaar is gestart terwijl hij zich niet zo heel lekker voelde, maar moest na 15 km opgeven.

Diepte…eh hoogtepunt

Elke Bossche 100 heeft zo zijn hoogtepunten. Deze zal de boeken ingaan om het stuk dat na de eerste caférust op ons wacht. Karresporen die door trekkers volkomen kapot zijn gereden, bedekt met een dikke laag slappe modder. Waar kun je überhaupt je voeten neerzetten hier? Er is geen stukje grond te bekennen dat niet op zijn minst glad en vochtig is, tussen de vele plassen en poelen door. Soms is er aan de rand van de sloot of langs het hek van dunne houten paaltjes nog een kleine strook enigszins beloopbare modder, maar ook daar vormen plassen een hindernisbaan die de Landmacht waardig is. Iedereen is zozeer bezig met het kijken naar zijn voeten, dat er wat minder op de pijlen wordt gelet en uitgerekend hier lopen we verkeerd. Het zijn niet heel veel meters in de verkeerde richting, maar wel erg zware. Niet dat we het heel erg vinden. De wandelaars blijven goedgemutst en grappen dat degene die hier voorop liep wel mag helpen met het bouwen van het volgende parcours. Het blijft tenslotte een erg mooi pad. De hele meute keert omen duiken een ander modderpad in dat minstens zo erg is. De modder zuigt aan mijn schoenen en ik soms kan ik ze maar met moeite lostrekken. Eén keer stap ik verkeerd en verdwijnt mijn schoen pardoes in het water. Ik trek hem er snel weer uit en gelukkig blijven mijn voeten nog steeds droog.

Red Bull

Hoezeer ik ook van modder hou, na het zoveelste modderpad ben ik maar wat blij met een stukje asfalt. We gaan richting België en komen door een dure villawijk, waar ik de melancholieke roep van een uil hoor. We komen drie fietsers tegen, van wie er één duidelijk heeft gedronken. Telkens wanneer hij zijn stuur in een bijna haakse bocht omgooit vragen we ons af: Knalt hij tegen de boom aan de linkerkant van de weg of die aan de rechterkant? Een bezorger die in alle vroegte zijn kranten rondbrengt, vraagt ons wat we aan het doen zijn. We leggen het uit en hij kijkt ons vol ontzag na als we verder gaan.  Tegen 06.00 uur krijg ik toch nog een zware slaapdip en raak wat achterop. Van Fokko krijg ik een paar slokken en tenslotte een heel blikje Red Bull. Gat-ver-damme, wat is dat smerig. Maar het helpt wel, plotseling kan ik mijn ogen weer openhouden.

Mars

Vlak voor het ochtendgloren herken ik stukken van de winterserie van Hart van Brabant. Nog geen twee weken geleden ben ik hier ook geweest. Eén van de wegen bestaat uit kinderkopjes en au, dat voelen we. De tweede caférust in Riel. Ik ben blij toe, want ik begin een beetje moe te worden. Het nachtparcours heeft veel energie gekost. Mijn hiel is kapot en ik laat hem afplakken door de EHBO. Hier blijkt dat ook Gerda Boots heeft moeten opgeven met een enkelblessure. Wat jammer! Hoewel wij ook niet meer zo fit zijn als gisteravond, gaan we opgewekt verder. Gelukkig is het nu daglicht en dat scheelt een boel. Nu gaan we op de Loonse en Drunense Duinen af, maar dit betekent wel eerst langs en door Tilburg. Nog steeds herken ik grote delen van de route en we komen zelfs vlakbij Boerke Mutsaets, de vaste startlocatie van Hart van Brabant. Inmiddels zijn we Coert Peeters tegengekomen en die heeft het naar zijn zin vandaag. Dat is goed te merken aan zijn tempo en hoewel Fokko goed met hem meekan, gaat het net iets te hard voor mij. Ik stuur ze weg en zonder mijn haas zakt het tempo een stukje verder in. Jannie en Appie halen mij in, maar Jannie gaat zo lekker, dat ze me alweer voorbij speert, zodat ze voldoende tijd heeft om het extra lusje te lopen. Eindelijk komen we dan in het bos dat de Loonse en Drunense duinen omringt, maar het duurt nog een hele tijd voor we bij het zand komen. Dan is het nog maar één heuveltje naar de derde en laatste caférust in Kaatsheuvel. Het enige wat ik op de wagenrusten heb gemist is chocolade en dat is hier gelukkig wel te krijgen. De ober weet de prijs van Marsen niet uit zijn hoofd, want normaal verkoopt hij die nooit veel. De wandelaars vragen er echter gretig om en maken een flinke deuk in de voorraad.

Bossche bol

Ik ben nog ruim voor de uiterste vertrektijd binnengekomen, toch lijkt het maar kort voor de snelle jongens alweer staan te trappelen om op pad te mogen. Bij de volgende wagenrust is het lusje voor de Long Distance stempel. Ik heb geen haast, maar wil uiteindelijk wel bij de finish komen. Na moed te hebben verzameld om op te staan, ga ik op pad voor de laatste 20 km. We krijgen gelukkig maar een klein stukje zand voor onze kiezen, nog geen kilometer. Het uitzicht is mooi en ik blijf even staan voor een paar foto’s. Dan duiken we het bos weer in, dat ons langszaam maar zeker richting Den Bosch leidt. De eerste acht kilometer gaat redelijk snel en ik kom aan bij de wagenrust met de vlavlip, waar ik me altijd erg op verheug. Heerlijk. Hier begint ook het extra lusje voor de Long Distance-stempel. De laatste wandelaars gaan op pad. Mij niet gezien! Ik volg de gele pijlen die me zo snel mogelijk naar de finish brengen. Zes kilometer is het naar de laatste wagenrust, maar het lijken er wel zestien. Ik ben moe en verlang naar het einde.  Gelukkig kan ik me verheugen op mijn vriendin Isis, die me komt inhalen. Het laatste mooie stuk natuur is de moerputten, waar we over de oude spoorlijn lopen. De grond is nog bezaaid met grind en kiezels en dat is niet echt fijn aan de inmiddels gevoelige voetjes. Na de laatste wagenrust loop ik op met een echtpaar dat zelf ook wandelt, zij het niet zulke afstanden. Het is prettig om even afgeleid te worden en met een zeer gemoedelijk tempo op gang te komen. Dan volgt de Moerputtenbrug, met zijn gladde ijzeren platen. Sommige buigen door in het midden en andere liggen wat los, lijkt het wel. Ik voorzie al hoe ik er doorheen val en in het water beland, maar ik haal droog de overkant. De eerste wandelaars die het lusje al gelopen hebben, halen me in. En dan bereiken we de stad. Volgens mij zijn we in 2006 ook zo Den Bosch binnengekomen en het staat me bij dat we niet lang meer hoeven te lopen naar de finish. Ik zet muziek op en dat maakt het lopen makkelijker. Een paar straten voor het einde lopen Ineke en Isis me tegemoet. Ineke loopt door, want zij komt voor Roel en Anita. Met Isis overbrug ik de laatste honderden meters naar de voetbalvereniging. Waar Isis vervolgens voor me afstempelt en me lekker vertroeteld. Kijk, daar heb je vrienden voor.  Maar die Bossche bol, die hou ik lekker zelf.