Bossche 100 – 2011

Bevroren akkers in Den Bosch

De reservelijst is als sneeuw voor de zon verdwenen. Zeven afzeggingen zijn er bovendien en met 109 man (29 Olat-leden!) gaan we van start voor de Bossche 100. Geen sneeuw, geen regen, geen gladheid, geen Loonse en Drunense Duinen. Betekent dit dat 2011 een makkelijk jaar was? Mwah…als je buiten de keihard bevroren akkers vol trekkersporen rekent. En zand weten ze in Den Bosch altijd wel te vinden. Gelukkig maar. Anders zou het tenslotte de Bossche 100 niet zijn.

Een uurtje vroeger dan vorig jaar stap ik in de trein naar Den Bosch. Het zal me geen tweede keer gebeuren dat ik vanwege een vertraging bij de NS mijn favoriete lange afstandstocht mis! Omdat de treinen soepel lopen, stap ik in Deventer echter uit en pak een trein later. In die trein zitten namelijk de Friezen: Jannie, Appie, Fokko en Sybe, en samen reizen is toch gezelliger dan alleen.  Ruim een uur voor de start komen we in Den Bosch aan, maar dat uur vliegt zo om. Het is zó gezellig. Vlak voor tienen verzamelen we ons bij de bagagewagen, waar Boetje een humoristische spech houdt. En dan mogen we weg. Samen met Jack Verschuren loop ik voorop. Het eerste stuk gaat door de binnenstad van Den Bosch, met zijn oude straten en op veel plaatsen overkluisde Binnendieze. Het is goed opletten, want de straatjes zijn zo kort dat we om de haverklap van richting veranderen. Langzaam verlaten we de start en krijgen de eerste grasdijken voor onze kiezen, tussen een industrieterrein door. De grond is hardbevroren en onze enkels hebben het even zwaar te verduren.

Koud!

Tot onze eigen verbazing lopen Jack en ik al een tijdje voorop. Toch lopen we niet bepaald heel hard. Waar zijn al die snelle jongens gebleven? Die moeten blijkbaar even op gang komen, want voorlopig hebben we alleen achter ons wandelaars. We horen het woord ‘mandarijnen’. “Ah,” glimlacht Jack, “Oosterhout.” We bespreken de nieuwe kennedymars, waarover ik tot nu toe nog geen positieve verhalen heb gehoord, en ik vraag me of hoeveel deelnemers ze dit jaar zullen krijgen.  Bij de tweede wagenrust warmen de vrijwilligers zich buiten aan een vuurkorf, terwijl wij in een lege schuur genieten van bouillon. Het is fris, maar zolang je wandelt heb je geen last van de kou. Zelfs mijn handschoenen heb ik al uitgedaan. Nee, de vrijwilligersploeg heeft het veel zwaarder dan de wandelaars vannacht.  Gelukkig kunnen ze zich af en toe in de auto wat opwarmen. Alle respect hoor! Toch hebben wij het niet supermakkelijk. Op een van de bevroren akkers struikel ik over een karrespoor en kom terecht op mijn scheenbeen. De rest van de tocht voel ik de blauwe plek bij iedere stap zitten. Het hindert niet bij het lopen, maar is wel irritant.  Wanneer het op de bevroren akkers wat langzamer gaan, neemt een groep Belgen de leiding over. Mooi, hoeven we tenminste niet meer zo erg op de pijlen te letten.  Bij Zeeland en Grave herken ik de groen/witte stickers van het Airborne Market Gardenpad op, dat ik met veel plezier heb gelopen.

Danny Boy

Rond 2.15 komen we aan bij de eerste caférust in Nistelrode en moeten bijna een uur wachten op het gezamenlijk vertrek. Binnen zijn klapbankjes neergezet, wat het café het aanzien van een voetbalkantine geeft. Wel is er zo genoeg plek voor alle wandelaars om te zitten en dat is best lekker. Slaap heb ik gelukkig niet heel erg, omdat ik vrijdagmiddag al prefentief heb bijgeslapen. Ik haal wat colablikjes uit mijn tas en ben weer klaar voor vertrek. De nacht blijft een afwisseling van grasdijken en asfalt. Er is bos, maar de paden vol diepe kuilen zijn zo mogelijk nog irritanter dan de bevroren akkers. “Ik word zeeziek!”roep ik jolig, maar het is niet ver bezijden de waarheid. Wanneer ik toch een dipje krijg, zet ik muziek op en speer even vooruit. Fokko, een van de debutanten op de Bossche 100, loopt mee. Aan de horizon ziet hij het ochtendgloren en dat geeft weer nieuwe moed. Muziek uit en genieten. Bij de volgende wagenrust horen we Ton de Jong in de verte aankomen. Hij heeft zijn fluit weer tevoorschijn gehaald en zijn Danny Boy klint onverwacht ontroerend in het licht van de ontwakende ochtend.

WS78-parcours

Dag dan. Na het vertrek uit de tweede caférust in Herpen komen we op bekend terrein. Ook de WS-tocht in Ravenstein trok door dit gebied. Het is fantastisch mooi, bomen zijn wat berijpt en over de heide licht een zijde-achtig waas. Ook krijgen we hier een zandvlakte te verwerken, het mulle zand van de Herperduinen. Gelukkig zijn we er zo overheen en is het niet zo zwaar. We komen uit bij het Wiel van Rosmalen van kunstenaar Armando, een bronzen kunstwerk dat gelukkig nog niet is gejat om de waarde van het materiaal waarvan het gemaakt is. Ik neem de tijd om te fotograferen en daardoor gaat het tempo langzaam omlaag. Fokko loopt vooruit en wacht op me. Dat is nou ook weer niet de bedoeling. Vlak voor de derde caférust in Nuland pakken we dezelfde dijk die we ook met de WS hebben genomen. Toen lag er nog ijs, nu hebben we een heel ander uitzicht. In de rust neem ik even de tijd om mijn voeten te verzorgen. Die hebben toch weer wat te verduren gehad van mijn schoenen. Wanneer het fluitje gaat, speert de groep die 110 wil lopen, er vandoor.

IJsje

De op een na laatste wagenrust, in de schaduw van de geluidswal langs de snelweg: de vla-flip. Heerlijk. Ik lust er best nog eentje, maar vind het belangrijker dat de wandelaars na mij er ook van kunnen genieten. Ik neem daarom nog eens een extra dropje en ga weer verder. Fokko stuur ik dan vooruit. Het tempo is er echt uit nu en hij loopt nog als een tierelier. In een oogwenk is hij verdwenen. We lopen in een bosgebied en hier kom ik twee valkeniers tegen, een man en een jongen. Er is echter geen vogel te bekennen. Die zit hoog in een boom en laat zich niet naar beneden lokken. Lang hoor ik nog het dwingende fluitje waarmee ze het dier naar beneden hopen te krijgen. Wanneer we het bos uitkomen, laten we het laatste stukje natuur achter ons en trekken definitief de stad in. Maar eerst spot ik nog wat prachtig gevormd ijs in het slootje langs de geluidswal. De lucht en water hebben in hun gezamenlijke dans een bijna abstract kunstwerk gemaakt. Hoewel mijn ledematen niet meer zo heel soepel zijn, ga ik door de knieën om het fenomeen van zo dichtbij mogelijk vast te leggen. Direct daarna moeten we een talud op naar de stoplichten die het landschap van steen en asfalt inleiden. Ik ben moe en denk niet na. Recht omhoog gaat het, klauterend over het gras. De wandelaar na mij kijkt eens rustig, stapt een paar passen naar rechts en kiest een pad wat veel minder steil omhoog gaat. O.

We naderen Den Bosch nu met rasse schreden. Juist wanneer ik denk dat we alleen nog maar asfalt krijgen, hebben de routebouwers toch weer een mooi stukje groen gevonden. We slalommen tussen een weiland en een dijk naar de laatste wagenrust. Esther ziet dat ik moe ben en stopt me een chocolaatje toe uit de doos die ze als vijwilliger heeft gekregen. Wat worden we toch gruwelijk verwend. Maar het is wel lekker! Voor de laatste vijf kilometer gaat de muziek weer op. Langs de Brabanthallen en een kanaal naderen we de finish. Roel en Ineke lopen me tegemoet, ze komen hun vriendin Anita inhalen, ook al een debutant in Den Bosch. Ik heb haar al een tijdje niet gezien en meer dan dat ze ergens achter me zit, weet ik niet. Roel en Ineke lopen door naar de laatste wagenrust om Anita in te halen. En dan herken ik opeens de voetbalvelden, die we van achteren naderen. Over de parkeerplaats en ik ben terug. Joepie!  De Bossche bol bewaar ik voor later, maar uiteindelijk geef ik hem weg aan de laatste wandelaarster die nét op tijd binnenkomt en daardoor wat van slag is. Ze heeft het gehaald en dat is het belangrijkste. Die Bossche bol heeft ze dan ook dubbel en dwars verdiend.

Tenslotte nogmaals mijn oprechte dank aan alle vrijwilligers van de Bossche 100. Ik blijf het bijzonder vinden dat mensen er zoveel tijd en moeite in steken om ons plezier te bezorgen. De warmte  waarmee ze iedereen tegemoet treden, geeft je als wandelaar echt nieuwe moed wanneer je dat nodig hebt.