Bossche 100 – 2008

Het was wéér fantastisch

Ik twijfelde of ik me wel opnieuw moest inschrijven voor de Bossche 100. Het kon immers toch nooit zo mooi zijn als die eerste keer? Na vandaag weet ik het zeker: deze tocht krijgt een vast plekje op mijn agenda. Want was wéér geweldig, de route wéér ontzettend mooi en ik heb het opnieuw heel erg naar mijn zin gehad.

Meteen al bij de start speer ik ervandoor. Ik heb veel  energie en die wil ik gebruiken. Na een kort rondje door het centrum komen we op een eerste graspaadje langs de Aa. Op een brug over het water draai ik me om en zie een lang lint van dansende lichtjes de stad verlaten. Eenmaal buiten de bebouwing wisselen akkerranden, zandpaden en stukjes asfalt elkaar af. Bij de akkerranden is de grond erg ongelijk en moeten we opletten waar we onze voeten zetten. Het is inspannend, maar de maan licht ons bij en ik vermaak me prima. Ook de zandpaden vervelen niet. Ik wist niet dat er in Nederland nog zoveel aaneengesloten zandpaden te vinden waren! Door het bos gaan we over  mooie slingerpaadjes, waarbij we onze lampjes echt wel nodig hebben. Braamstruiken vormen niet alleen gemene struikeldraden, een haalt ook nog eens mijn hand open. Ik merk het pas als ik tot mijn grote verbazing bloed uit een paar forse schrammen zie wellen. Hier is uitbundig gepijld met om de paar meter een vertrouwd geel vierkant op een dode tak geniet. Ik ben blij met mijn hoge schoenen, want ik hoef me niet te bekommeren om de plassen en de modder die we af en toe tegenkomen. Bij de derde wagenrust haalt Erik mij in en we lopen samen verder.

In de eerste caférust heb ik ruim een uur de tijd voor we weer verder gaan. Aangezien slaapgebrek mijn grootste tegenstander is op lange tochten,  trek ik mijn schoenen en sokken uit en zoek een stil plekje op om even te liggen.  Zodoende kan ik opgefrist aan de volgende kilometers beginnen. Nadat ik eerst nog een steentje uit mijn sok heb geplukt, volg ik het lint wandelaars dat een steile heuvel op zigzagt. Vanaf de top hebben we een spectaculair uitzicht over de omgeving. In het donker flonkeren de dorpen en steden in de omgeving en ik sta even stil om te genieten. De nacht is heerlijk fris en als er niet zo’n harde wind stond, had ik hier in T-shirt gelopen. Mijn jas is veel te warm en ik neem me voor de zoveelste keer voor een dun gevalletje te kopen.

Voor Lennisheuvel lopen Erik, Adriaan en ik op een akker ergens verkeerd. Het is maar goed dat Erik oplet, want ik ben zo druk in gesprek met Adriaan, die zich pas vanmorgen heeft ingeschreven (zijn vrouw weet nog van niets!),  dat ik niet gemerkt heb dat we een pijl hebben gemist. Een aantal wandelaars denkt dat wij goed zitten en zij verkeerd, en komt onze kant op. Als we de wandelaars achter ons een zijpad zien inslaan, steken we het akker over en melden ons weer op de route. Erik loopt dan ergens voor ons en pas op een stuk asfalt kan ik voldoende tempo maken om hem weer in te halen.  Het ontbijt wordt geserveerd bij een knus kapelletje en Maria kijkt glimlachend neer op smullende wandelaars. De boerenkool  laat ik aan me voorbij gaan, veel te zware kost zo op de vroege morgen, maar de rookworst smaakt prima.

In café De Trol in Lennisheuvel wordt het gezamenlijk vertrek wat uitgesteld. Adriaan is hevig teleurgesteld, want hij wil graag om vijf uur weer thuis zijn, maar met zo’n pruillip ben je bij mij aan het verkeerde adres. We zijn hier tenslotte met honderd man en ik denk dat degenen die hier het lusje lopen het uitstel zeker kunnen waarderen, zelfs al is Erik onwaarschijnlijk vroeg terug van zijn rondje. In het ochtendlicht duiken we de Kampina in. Ik had een groot heideveld verwacht, maar het golvende goudgele veld met hier en daar een knoestige vliegden is ook schitterend. De wind is wat gaan liggen en we hebben waarachtig een blauwe lucht gekregen. Na de heide volgt er bos, waar de wind aangenaam door de bomen ruist. Het ruikt er ook zo lekker. Toch kijken we vooral uit naar de volgende wagenrust, die hier ergens moet zijn. We beginnen zeker moe te worden! Ik weet van vorig jaar dat er bij een van de wagenrusten die nog moet komen vlaflip wordt geserveerd en daar heb ik nu echt trek in.

Bij de laatste grote rust heb ik er alle vertrouwen in en prop mijn jas in de rugzak die achter zal blijven. Omdat de route slechts 98,5 is en ik toch wel minstens 100 wil lopen, besluit ik het laatste lusje samen met Erik te lopen. In een jong bos glijdt hij uit tegen een jong boompje, dat prompt met een luide knal in drie stukken breekt. Het is maar goed dat het boompje al dood was, anders was Erik teruggeveerd en had hij aan de andere kant ook onder de modder gezeten. Wanneer we de echte route weer volgen en weer langs dezelfde plek komen, trekt Erik er de restanten van het boompje er met wortel en al  uit om het karwei eens goed af te maken.

Overdag is de route net een Olat-tocht op zijn best, een schitterende, bosrijke route vol onverharde kronkelpaadjes. Dat is nu precies de reden dat ik zo graag van Zwolle afzak naar het zuiden. Bij de laatste rust moet ik even zitten, al is het maar vijf minuten, terwijl Erik juist niet kan zitten en liefst in een ruk doorstoot naar de finish. Erik gaat dan ook alleen verder, al hoor ik even later dat hij gezelschap heeft gekregen van Henk die met de eveneens geblesseerde René vanaf de start de route heeft teruggevolgd. René blijkt mij nog te kennen van de Nachtmars van de Zuidwesthoek, vorig jaar, hoewel ik haar totaal vergeten was. Ik neem me voor haar dit keer te onthouden.  Samen met René vliegt het laatste stukje door de stad terug naar de voetbalvereniging  voorbij.  Al met al heb ik geweldig genoten. Mijn dank aan de parcoursbouwers en al die mensen langs de route en achter de schermen die ons wandelaars zo uitstekend verzorgd hebben. Ik kom volgend jaar zeker weer terug.

Nog een heel kleine suggestie voor de volgende keer, niet echt heel belangrijk, maar toch.  Wil degene die de dameskleedkamers op slot doet, ook controleren of er echt, zeker weten, 100 % overtuigd, check, check, dubbelcheck…  niemand meer binnen is?

Rinda Scheltens